De wereld is bezig met een omslag die onze traditionele denkpatronen en gewoonten onvermijdelijk op zijn kop zet. De klimaatdoelen van ‘Parijs’ stellen ons voor een mogelijke, maar geen gemakkelijke opgave. Duurzame initiatieven die slechts de korte termijn dienen, het zogeheten greenwashing, zijn niet voldoende meer om de nieuwe doelen te halen. Met een paar zonnepanelen op het dak komen we er niet; circulair denken en doen is de enige echt duurzame oplossing. De uitdaging is groot voor alle vakgebieden, niet in het minst voor de gebouwde omgeving.

In de Transitieagenda Circulair Bouwen staat onder andere dat de overheid vanaf 2023 alle opdrachten 100% circulair uit gaat vragen. (Zie ook het interview met Elphi Nelissen, de voorzitter van het team dat de Transitieagenda opstelde). Dit is een ambitie die lijkt op het huidige beleid van ‘duurzaam inkopen’, waarmee de Rijksoverheid zich al in 2005 ten doel stelde om uiterlijk in 2010 bij alle inkopen en investeringen duurzaamheid als zwaarwegend criterium mee te nemen. Voor provincies gold 2015 als uiterlijke termijn om de ambitie van 100% duurzaam inkopen te halen. In de circulaire bouwagenda valt op dat deze ‘oude’ ambitie nergens wordt genoemd. Betekent dit dat we als het ware from scratch beginnen, of bouwen we (letterlijk) voort op de vorige agenda? Het moet duidelijk zijn dat we met de circulaire bouwagenda de duurzame ambities van weleer op een hoger duurzaamheidsniveau voort moeten zetten. De definitie van ‘duurzaamheid’ verandert regelmatig: waar tien jaar geleden cradle to cradle de invulling (en het modewoord) was, is dat nu ‘circulariteit’. Wie nu duurzaam wil bouwen, noemt dat circulair. En waar volledig circulair nog niet lukt, moet ‘duurzaam’ volgens de oude definitie de ondergrens zijn – om te voorkomen dat we het opgeven en terugvallen op niet-duurzaam gedrag. Circulair is het mooiste; duurzaam volgens de oude definitie in ieder geval tijdelijk een acceptabel alternatief.

Stoppen met niet-circulaire contractanten

Want als het om circulair aanbesteden en bouwen gaat, hebben we geen tijd te verliezen. Wachten tot 2023 is geen optie, net zo min als pilots die vijf jaar duren. Natuurlijk weten we nog niet precies hoe we volledig circulair moeten bouwen, maar dat is geen argument om circulariteit op de lange baan te schuiven. Veel weten we wél, en zouden we morgen kunnen invoeren. De verplichte gasaansluiting voor nieuwbouwwoningen schaffen we per 1 juli af, dus snelle besluitvorming is mogelijk. Dit zouden we bijvoorbeeld ook met dakrenovaties moeten doen: een dak komt alleen in aanmerking voor toepassing wanneer het energie opwekt, water bergt en/of fijnstof afvangt.

“ Een dak komt alleen in aanmerking voor toepassing wanneer het energie opwekt, water bergt en/of fijnstof afvangt. ”
Letters die het woord 'circulair' vormen

Vaart maken vraagt om lef en overtuigingskracht. Het betekent dat ieder bedrijf, binnen en buiten de bouwketen, grondig moet worden doorgelicht. Van alle langlopende contracten moet duidelijk worden wanneer ze aflopen en dus wanneer een verandering in gang gezet kan worden. Dat betekent: goed nadenken over met wie je in zee gaat, en geen overeenkomsten met niet-circulair denkende bedrijven ongemerkt met tien jaar verlengen. Binnen gemeenten en provincies is die houding cruciaal. Van aanbesteding tot beheer en onderhoud, van nieuwbouw tot verbouw en sloop: genoegen nemen met minder dan de meest ambitieuze bedrijven op circulair gebied kan niet langer.

Windmolenwiek als speeltoestel

Voor mij als architect is die verandering op meerdere vlakken voelbaar. Ons bureau, Superuse Studios, werkt al twintig jaar met restmaterialen afkomstig uit de sloop van gebouwen. Daarnaast gebruiken we industriële restproducten – zo bouwden we van windmolenwieken een speeltuin. Gelukkig zijn we allang geen vreemde eend in de bijt meer: circulair bouwen is inmiddels booming onder architecten.

Iedere opdracht start met een inventarisatie van locatie en omgeving. Waar staat de zon, dus waar kunnen we zonnepanelen kwijt? Hoeveel regen valt er? Wie zijn de buren? Onderdeel van die inventarisatie is wat wij de oogst noemen: een zoektocht naar restmaterialen in de buurt. Welke materialen zijn er om de hoek beschikbaar, wat vinden we mooi, en wat past bij de functie die we moeten maken? Hoe meer materiaal lokaal hergebruikt kan worden, hoe minder (inter)nationaal transport er nodig is om een gebouw te realiseren. Deze zoektocht is een tijdrovend proces, dat we met het platform oogstkaart.nl proberen te vereenvoudigen. Hier delen we onze kennis open source en kunnen ook andere bedrijven hun netwerk van bronnen ontsluiten.

Esthetisch ideaalbeeld niet langer leidend

De gevonden materialen en het programma van eisen vormen het uitgangspunt voor het ontwerp. Hier zit dus de grote verandering ten opzichte van een traditioneel ontwerpproces. Door eerst te kijken naar materiaal dat al een geschiedenis heeft, ontstaat een ander soort vormgeving. De architect begint niet meer met een blanco vel papier: maatvoering wordt niet alleen gedicteerd door het esthetische ideaalbeeld van de architect. Het is ook van belang ogenschijnlijk niet-gerelateerde materialen samen te brengen in een compositie, die ook nog gebouwd moet kunnen worden. Windmolenwieken hadden geen enkele verwantschap met speeltoestellen. Toch zagen we er vorm in en kwam het tot bruikbare speelobjecten.

“ Door eerst te kijken naar materiaal dat al een geschiedenis heeft, ontstaat een ander soort vormgeving. ”

Door deze nieuwe werkwijze wordt het vakgebied van architecten breder. Onderdelen van het proces die voorheen voor de architect van ondergeschikt belang waren, worden ineens belangrijk. De architect werkt oorspronkelijk naar de oplevering toe, om zich vervolgens terug te trekken uit het project. Bij circulair bouwen is het van belang dat het gebruikte materiaal beschikbaar blijft en goed gedocumenteerd wordt. Daar is een belangrijke rol voor de architect weggelegd. Bij Tivoli Vredenburg in Utrecht is de architect van het oude gebouw gevraagd om het ontwerp voor de nieuwbouw te maken. Vanuit circulair oogpunt is niemand beter geschikt om een gebouw te verduurzamen dan de architect van het oorspronkelijke ontwerp: deze wil vaak zoveel mogelijk behouden van wat goed was.

Zoals de bouwmeester vroeger het hele proces aanstuurde, komt een deel van de duurzaamheidsclaim nu bij de architect te liggen. Voor architectenbureaus zoals Superuse Studios, de ArchitectenCIE en RAU heeft dit geresulteerd in branche-overstijgende ideeën en idealen. Hieronder vallen Madaster, oogstkaart.nl, de Pulsapp en het materialenpaspoort.

Eerlijk verhaal

Ik kan alleen maar hopen dat we met de vooruitstrevende denkers die Nederland rijk is de uitdagingen van de komende jaren gaan oplossen. Sneller dan in Parijs afgesproken is, beter dan we hadden verwacht toen we begonnen. Dat kan namelijk, mits we er vaart achter zetten en daarbij ons gezond verstand niet verliezen. Kostenramingen worden nu vaak gemaakt op basis van alleen arbeid en materiaal. Gevolgen voor milieu en gezondheid worden als ‘externaliteiten’ beschouwd zonder economische waarde, zoals ook Kate Raworth beschrijft in haar boek Donuteconomie. Daar gaat het mis. Het kan financieel gezien een stuk goedkoper zijn om een gebouw te slopen, maar de zogeheten externaliteiten als fijnstof dat vrijkomt en slijtage aan wegen hebben ook een prijs – eentje die heel serieus genomen moet worden. Circulariteit is gebaat bij een eerlijk verhaal.