19 sep 2014

Slimme steden

Maarten Hajer en Ton Dassen stellen dat steden 'slim' moeten zijn om mee te komen in een snel ontwikkelende wereld. Maar hoe doe je dat dan? Socrates recenseert. 

Intelligentie is een eigenschap die steeds vaker als aspiratie wordt toegevoegd aan zaken die stevig toe zijn aan vernieuwing. Zo is er de economische groei die de laatste jaren hapert, allerlei keerzijdes heeft en niet iedereen gelijkelijk toekomt. Hedendaagse beleidsmakers spreken daarom graag van ‘intelligente groei’, om te onderstrepen dat ze de oude, domme groei beu zijn en de buitenwacht uitnodigt om met hen het pad van het vernuft in te slaan, waar nieuwe gouden bergen op ons wachten.

Deze toekomst wacht ook onze steden. Steden zijn immers stevig toe aan vernieuwing, aldus Maarten Hajer en Ton Dassen, werkzaam bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en opstellers van Slimme steden. De opgave voor de 21e-eeuwse stedenbouw in beeld (deze zomer gelijktijdig uitgekomen met het Engelstalige origineel). Het boek is, zo verwoordt Hajer nadrukkelijk in het openingsessay, ‘geschreven vanuit een gevoel van urgentie’ en ‘laat zien hoe ver we nog af zijn van een duurzaam en veerkrachtig stedelijk systeem’. Door de aanhoudende trek naar de stad barsten steden uit hun voegen – de wereld telt dertig steden met meer dan tien miljoen inwoners – en de stijgende welvaartsniveaus zorgen voor ongekend grote stromen goederen, energie, water en voedsel naar de stad, die ze als afval weer verlaten. Niet alleen in de vorm van tastbaar afval en rioolwater, maar ook de uitstoot van kooldioxide, fijnstof, geluid en warmte. De ecologische voetafdruk van dit alles gaat alle perken te buiten en wijst op een weinig intelligente stedelijke economie. Onze geavanceerde IT stelt ons nu echter in staat om alle behoeften en uitdagingen op geraffineerde manier aan te pakken. RFID-chips om elk product te traceren, een koelkast die houdbaarheid meet, auto’s zonder chauffeur, elektrische apparaten die via smart grids pas aanspringen als de stroomvraag laag is – big data snelt ons te hulp. Of is dat toch niet het type intelligentie dat we nodig hebben om de urbane 21e eeuw duurzaam en leefbaar door te komen?

Vervreemding

Het eerste deel van Slimme steden bestaat uit een uitgebreid essay van Hajer, waarin hij het recente discours van de ‘slimme stad’ afzet tegen de daadwerkelijke uitdagingen van 21e-eeuwse steden. In het essay bewijst Hajer het brede inzicht dat verwacht mag worden van iemand die aanvoerder is van het PBL en politicoloog van opleiding. Het smart city-concept doet in zijn technologisch optimisme sterk denken aan de belofte van een grote efficiencywinst die medio vorige eeuw werd gedaan, aldus Hajer. En die belofte werd maar mondjesmaat ingelost. In de modernistische stadswijken werd de auto als ordeningsobject gehanteerd en moest oude logica wijken voor snelheid en overzichtelijkheid. Hajer onderstreept dat de nieuwe efficiency steeds hand in hand ging met meer consumentisme, (sub)urbanisatie en het losraken van sociale verbanden. Het smart city-discours loopt nu het risico een nieuwe golf van vervreemding te realiseren doordat het historisch bewustzijn ontbreekt, en daarmee de realiteitszin. Beleidsmakers zien de slimme stad als een programma voor grote bedrijven als IBM, Siemens en Google, waarvan de technieken ‘van de plank’ beschikbaar zijn voor eendere toepassing in elke stad.

Hajer prikkelt door te verwijzen naar het verzet dat volgde op al te megalomane ingrepen in het stedelijk weefsel in de vorige eeuw. Amsterdam kent de Anthoniebreebrug die breed genoeg is om er een vierbaanssnelweg overheen te leggen, maar in werkelijkheid is er een enkele weg op gekomen. Uiterst inefficiënt ja, maar: die situatie ‘is ontstaan door protesten van bewoners van de Nieuwmarktbuurt die een op de auto gerichte stadsontwikkeling in de jaren zeventig precies op die brug tot staan wisten te brengen. … In gevallen als deze kunnen burgers zelfs trots zijn op de inefficiënties van hun stad.’ Hajer laat hiermee niet alleen sympathie voor Jane Jacobs, die hij meermaals aanhaalt, doorschemeren, maar ook voor iemand als David Harvey, wiens academisch leven in het teken staat van het verzet van stadsbewoners tegen door de markteconomie opgelegde structuren (zie bijvoorbeeld Rebel cities (2012; pdf)). Niet verwonderlijk overigens, want Maarten Hajer was promovendus van Harvey.

Metabolisme

Het tweede deel van het boek zoomt gedetailleerd in op het metabolisme van Nederlandse steden in tien stromen: demografie (mensen), lucht, water, voedsel, biota, mobiliteit, vracht, bouwmateriaal, afval en energie. Het leest als een tentoonstelling in boekvorm over de samenstelling van en de doorstroom door ons land. Vol wetenswaardigheden en regelmatig met een bezorgde noot, maar gespeend van het politieke dat in deel één overheerste. De hoofdstukken uit deel twee ademen, door de vele, sterk op data drijvende infographics, juist iets van het ‘slimme’ gevoel dat Hajer in zijn essay op z’n nummer zette. Maar het zou onterecht zijn om alle data-intensieve bijdragen op één hoop te gooien. De ‘metabole bril’, die recent aan populariteit wint (zie bijvoorbeeld de Rotterdamse Metabolisten en Metabolic Lab), probeert juist de wereld van de getallen in het sociale domein te brengen en er ook sociale stromen mee in kaart te brengen.

De getallen en kaarten in het tweede deel omvatten overigens het geheel der Nederlandse huishoudens; de exercitie is niet feitelijk op stedelijk niveau verricht. Er wordt dus een beetje gesjoemeld met het idee van ‘slimme steden’. Maar laten we wel wezen: 85% van de vaderlandse bevolking woont in stedelijk gebied, waardoor Nederland bijna één grote stad is. Of, met een wat meer bescheiden kijk: Nederland is gespeend van serieuze steden met meer dan een miljoen inwoners. Maar we horen er toch graag een beetje bij.

Het fraai vormgegeven, maar niet protserig uitgevoerde Slimme steden is een lust voor zij die graag opzienbarende gegevens over onze dagelijkse omgeving op zich laten inwerken. Maar dan wel degenen die zich daarbij ook durven laten prikkelen door de boodschap dat blauwdrukken en technofixatie overboord moeten, en er een complexe taak is weggelegd voor de stedenbouwkundige, de politicus, de bestuurder, de ontwerper, de burger en de activist.

Projectleider Commons Lab bij Waag en redacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen

Reactie toevoegen