15 aug 2012

Mag de conciërge terug?

De Nijmeegse wethouder Jan van der Meer over arbeidskosten en een hernieuwde vermenselijking van de arbeidsmarkt.

Mijn vader had een timmerbedrijf; een eenmanszaak. Hij deed het aardig en na verloop van tijd kon hij zelfs personeel aannemen. Maar achteraf had hij er spijt van. Hij betaalde zich blauw aan allerlei werkgeverslasten. Hij ontsloeg zijn personeel en verkoos ervoor om dan maar liever zelf zestig uur in de week te werken en iets over te houden dan op het randje van faillissement te balanceren. Veel kleine ondernemers zullen dit herkennen. Arbeid is duur geworden en dus werken ze liever zelf lange dagen.

Dat we in onze samenleving arbeid zijn gaan belasten is geen natuurwet. Ergens ver in het verleden is men daarmee begonnen. De overheid heeft geld nodig om collectieve goederen en diensten te kunnen leveren. Arbeid belasten leek een mooie vaste bron van inkomsten. Door iets duurder te maken wordt het echter minder gebruikt. Dus langzaamaan werd arbeid uit het productieproces gestoten. Dat kreeg een vlucht door de opkomst van goedkope energiebronnen. Omdat energie uit fossiele brandstoffen goedkoop beschikbaar was werden er steeds meer machines bedacht. Niet alleen om zwaar en eentonig werk tegen te gaan maar ook om te kunnen besparen op loonkosten. Zo werd de koffiejuffrouw vervangen door een drankautomaat, de balies werden vervangen door pinmachines en kaartjesautomaten. Industriële arbeid werd geoutsourced naar lage-lonen landen, waarna de goederen met schepen en vliegtuigen met dank aan goedkope fossiele brandstoffen weer naar ons worden gebracht. Blijkbaar is onze arbeid zo duur geworden dat dit er allemaal af kan. We hebben te maken gekregen met een arbeidsverdeling op mondiale schaal. Vele onderzoekers en managers zijn bezig om te onderzoeken of het nog efficiënter kan; of er nog meer arbeid uitgestoten kan worden.

Maar eigenlijk zou het andersom moeten. Deze managers zouden vol overgave bezig moeten zijn te bekijken hoe het productieproces energie- en grondstoffenefficiënter kan. Waar valt energie te besparen? Hoe kunnen we een duurzaam product maken met zo min mogelijk grondstoffen en hoe valt dit product het beste te recyclen?

Er zijn sectoren die hier geen belang bij hebben en tegenwerken. Want een forse lastenverschuiving van arbeid naar grondstoffen, energie en milieuvervuilende bedrijvigheid is nadelig voor energie-intensieve bedrijven, zoals voor Schiphol, Shell, de staal- en aluminiumindustrie, tuinbouwkassen en de chemische industrie. Ook zullen een aantal productgroepen duurder worden zoals vliegreizen, autorijden, wegwerpproducten, vlees, elektriciteit en plastic spullen. Maar goedkopere arbeid is juist weer voordelig voor arbeidsintensieve bedrijvigheid, zoals voor de onderwijs- en zorgsector, voor de biologische landbouw, reparatie- en dienstensector, de Nederlandse maakindustrie (want producten van verder worden duurder) en bovenal voor het Midden- en Kleinbedrijf.

Arbeid erin en fossiele brandstoffen eruit kent vele voordelen. Zo ergeren mensen zich kapot aan het gebrek aan klantvriendelijkheid in de samenleving. We leven in een geautomatiseerde en gedigitaliseerde samenleving, met een minimale bezetting op alle posten (want arbeid is duur) waardoor vele dingen gewoon niet goed gaan als er ook maar iets stagneert. Kijk naar het gedoe met de OV-chipkaart (o.a. ingevoerd om de conducteur te kunnen wegbezuinigen), het geklungel met servicenummers (voor uw boosheid toets 1, voor uw frustratie toets 2), de tijd achter de komma waar mensen recht op hebben in de zorg en noem maar op. We willen weer goed worden geholpen. Weg met die apparaten, we willen worden geholpen door mensen van vlees en bloed.

Ook in mijn werk kom ik genoeg voorbeelden tegen, zoals het beheer en onderhoud van ons groen. Vroeger werkte in het Goffertpark een ploeg van wel tien mensen dag en nacht en met liefde aan het beheer en onderhoud van het volkspark. Door duurder wordende arbeid is de vaste ploeg verdwenen en het onderhoudsniveau afgenomen. Nu wordt het beheer aanbesteed aan wisselende bedrijven met vaak goedkope Polen in dienst. Waar zijn we in terecht gekomen?

Veel mensen vragen dit af. Waar ligt dit nu aan? Het antwoord is simpel: aan te dure arbeid en te goedkope grondstoffen. Laten we dat omdraaien. In de Nederlandse politiek is het vooral GroenLinks die hier voor pleit. GroenLinks scoort dan ook altijd goed in de programmavergelijkingen van het CPB. De partij komt er vaak uit als de banenkampioen én milieukampioen. Dat komt omdat GroenLinks een enorme lastenverschuiving voorstaat van arbeid naar grondstoffen, energie en kapitaal. Je doet daarmee echt iets fundamenteels aan werkgelegenheid én het klimaatvraagstuk. Deze lastenverschuiving vormt de kern van het GroenLinks programma en deels is dat terug te zien in het Lenteakkoord met de grootste fiscale vergroening ooit.

De tijd is nu om te vergroenen en de samenleving letterlijk menselijker te maken. 

Warmteregisseur. Voormalig wethouder voor GroenLinks in Nijmegen.
Alle artikelen

Reacties

Mag de conciërge terug?
Ja Jan, van mij mag Jeanne als beheerder van het digitale trapveldje in Buurthuis Het Oude Weeshuis terug: en nog liever vandaag als morgen.
Jeanne verdiende in het Buurthuis net boven bijstandsniveau, maar zelfs dat was te duur voor het College van B&W van de gemeente Nijmegen. Gevolg: een ontmoetingsplek voor de Nijmeegse Benedenstad waar PC- en Internetcursussen aan bewoners werden gegeven moest sluiten.
Als ik dat afzet tegen de gage die bijvoorbeeld een Medy van der Laan heeft gekregen voor broddelwerk met betrekking tot de festiviteiten rond Nijmegen 2000, dan vind ik dat schandalig. Ik weet dat het gaat om de volumes: één popie consultant die zit te graaien kost de lokale overheid de kop niet, en een grote groep Melkertbaners/Uitzichters, zoals Jeanne, die 150 Euro boven bijstandsniveau zitten tikt op termijn wellicht iets harder aan. Maar toch: het blijft zuur, heel zuur, zeker als ik dit verhaal lees.

Reactie toevoegen