22 sep 2015

De energietransitie: decentraal en Europees

Het Nationaal Energieakkoord uit 2013 is niet meer dan een eerste stap naar een duurzame energievoorziening. Hoe ziet een structurele aanpak van de energietransitie eruit? De wetenschappelijke bureaus van zes partijen laten hierover hun licht schijnen in de essaybundel Energietransitie: politiek robuust, die op 22 september werd aangeboden aan Ed Nijpels, de voorzitter van de Borgingscommissie van het Energieakkoord.

Namens Bureau de Helling heeft Titia van Leeuwen het onderstaande essay bijgedragen. Zonder de decentrale opwekking van schone energie door burgers en bedrijven haalt Nederland zijn beschamende achterstand op de buurlanden nooit in, stelt Van Leeuwen. Nederland moet ook voortrekker worden van een duurzame Europese EnergieUnie, in plaats van aan de rem te hangen in Brussel.

Groene politiek ziet de mens in verbondenheid met het ecosysteem aarde. Het spaceship earth heeft energie nodig om de menselijke samenleving en het natuurlijke ecosysteem in stand te houden. De mensheid heeft daarbij met name sinds de Industriële Revolutie fossiele energie gebruikt om een enorme sprong te kunnen maken. Maar onze natuurlijke omgeving laat zien dat ook met gebruik van schone energie veel te bereiken is. Schone energie is alom aanwezig in lucht (wind), water, zonlicht, en de bodem. Niet zo geconcentreerd als in fossiele energie, maar wel onuitputtelijk. De benodigde transitie naar schone energie is feitelijk het gaan benutten van deze bronnen.

Het ecosysteem is van levensbelang voor de menselijke soort en zijn beschaving. De mogelijkheden van toekomstige generaties om natuurlijke hulpbronnen aan te wenden voor de voortzetting van de beschaving mogen niet worden ingeperkt door roofbouw op het ecosysteem. Bij het maken van politieke keuzes moeten dus niet alleen de gevolgen voor de mensen van nu, maar juist ook die voor toekomstige generaties en het ecosysteem worden meegewogen. Hieruit volgt dat economische groei niet het hoogste doel kan zijn van groene politiek, zeker niet als die gebaseerd is op niet-hernieuwbare energiebronnen. In de huidige fossiele economie heeft economische groei een duidelijke en onacceptabele keerzijde in aantasting van het ecosysteem.

Om producenten en consumenten bij hun keuzes rekening te laten houden met de draagkracht van de aarde moeten markten gereguleerd worden. De energiemarkt vraagt bij uitstek om overheidsingrijpen, zowel omdat energie een basisbehoefte is van mensen als omdat de huidige vorm van opwekking het ecosysteem destabiliseert en daarmee de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien aantast. Klimaatverandering vormt de meest acute bedreiging voor de toekomst van het ecosysteem en de mensheid. Daarom moeten we snel afscheid nemen van fossiele brandstoffen, zodat uiterlijk in 2050 de mondiale transitie naar schone energie is voltooid. Rijke landen zoals Nederland, die tot nu toe de meeste broeikasgassen hebben uitgestoten, dienen hierbij het voortouw nemen. Een actieve rol van de overheid is hierbij nodig: een overheid die ondubbelzinnig kiest voor schone energie.

Tegelijk vormt de energietransitie een eerste stap in de overgang naar een duurzame, circulaire samenleving, die natuurlijke hulpbronnen benut maar in goede staat houdt. De energietransitie biedt daarmee kansen om tot alternatieven te komen, ook naar het zelf opwekken van energie door burgers, bedrijven en woningcorporaties. Het is aan de overheid om deze decentralisering te ondersteunen en ruimte te maken voor de oprichting van lokale en regionale energiecoöperaties, waarin burgers samen groene energie produceren. Dit zorgt ook dat mensen zelf weer meer controle krijgen over de energievoorziening, omdat ze hun eigen energie (grotendeels) zelf opwekken.

Het besef van de verbondenheid tussen de mens en het ecosysteem in spaceship earth inspireert energieke burgers en bedrijven tot uitvindingen die een zuiniger en schoner energiegebruik mogelijk maken. Zij zijn onmisbaar voor de omslag naar een duurzame samenleving. Zonder de decentrale opwekking van schone energie door burgers en bedrijven haalt Nederland zijn beschamende achterstand op de buurlanden nooit in. Groene politiek maakt volop ruimte voor de betrokkenheid en creativiteit van energieke burgers. Deze ambitieuze pioniers in schone energie verdienen een net zo ambitieuze overheid.
Naast ruimte voor lokale initiatieven is Groene politiek ook internationaal. Want markten en milieuproblemen zijn grensoverschrijdend. De politiek kan pas voldoende macht uitoefenen over markten als ook zij zich internationaal organiseert, bijvoorbeeld door de samenwerking binnen de Europese Unie. Nederland remt tegenwoordig te vaak af in Europa. Mede door toedoen van het kabinet Rutte-II stelden de Europese regeringsleiders vorig jaar een volstrekt tekortschietend doel van 27% energiebesparing in 2030 vast, dat ook nog eens vrijblijvend is. Terwijl het Europees Parlement pleit voor een bindend doel van 40%. GroenLinks vindt dat Nederland een voortrekker dient te zijn van een duurzame Europese EnergieUnie. Niet alleen om klimaatverandering te stoppen, maar ook om een eind te maken aan Europa’s afhankelijkheid van geïmporteerde energie. Door af te kicken van Russisch gas kan de EU zich beschermen tegen Poetins verdeel-en-heerspolitiek.

Het beleid voor een energietransitie is dus in belangrijke mate decentraal en Europees. En hoe belangrijk lokale initiatieven en internationale afspraken ook zijn, zij doen niets af aan de verantwoordelijkheid van Den Haag voor een doortastende aanpak van klimaatverandering. De recente uitspraak van de rechter in de zaak van Urgenda tegen de Nederlandse staat vormt hiervan een welkome onderstreping. Vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 25% in 2020 (t.o.v. 1990) is voortaan de ondergrens van de Nederlandse klimaatambities. Dat vraagt om een stevige aanscherping van het Energieakkoord: een veel forsere inzet op schone energie en energiebesparing. Ook vraagt het om een duurzame Europese EnergieUnie, om een ruimtelijke ordening die schone energie ten goede komt, om vergroening van de belastingen, om een aardgastransitieplan. Tot slot dienen mensen die zelf schone energie willen opwekken ruimhartiger ondersteund worden. Zo creëren we een wenkend perspectief voor schone energie.

Schone energie

Subsidies op fossiele energie bedragen wereldwijd 4,6 biljoen euro, zo berekende het IMF onlangs. Het is de optelsom van directe subsidies, belastingvoordelen en de niet in rekening gebrachte kosten van onder meer luchtvervuiling en klimaatverandering. De werkelijke subsidie ligt nog hoger, want het IMF rekent met een veel te lage CO2-prijs van 40 euro per ton. Daarmee kiezen overheden wereldwijd voor het verkeerde pad van dirty business as usual. Ook Nederland geeft allerlei voordeeltjes aan de fossiele economie, terwijl opeenvolgende regeringen alleen voor schone energie lijken te kiezen als het op een koopje kan. Het Nederlandse ondersteuningsbeleid voor schone energie is karig en zwabberend. Mede hierdoor ligt het percentage schone energie nog slechts op 5%, waarmee ons land onderaan de Europese ranglijst bungelt. Pennywise and poundfoolish mist ons land kansen in de energietransitie.

Duitsland laat zien dat het anders kan. Daar is sinds het aantreden van de eerste roodgroene regering in 1998 een consequent en ruimhartig stimuleringsbeleid gevoerd. Het aandeel schone energie is nu ruim tweemaal en het aandeel schone stroom zelfs driemaal zo hoog als in Nederland. Meer dan de helft van de Duitse productiecapaciteit voor wind- en zonnestroom is in handen van burgers en boerenbedrijven. De opwekking van schone energie zorgt voor meer dan 350.000 banen. Mede door de actieve deelname van zoveel burgers blijft het maatschappelijk draagvlak voor de Energiewende groot en wordt het project door elke nieuwe regeringscoalitie voortgezet.

De les voor Nederland is dat we het zelf opwekken van energie door burgers, coöperaties, bedrijven en woningcorporaties krachtiger en consequenter moeten bevorderen. Hiervoor zijn structurele maatregelen, gerichte regelgeving en een betrouwbare bekostigingsstructuur voor een decentrale energievoorziening nodig. De opwekking van schone energie is decentraler van aard dan die van fossiele energie. Dat biedt een unieke kans om de macht van de fossiele giganten te breken en de energievoorziening te democratiseren. Mensen die zelf energie opwekken hebben ook belang bij een goed functionerend energienetwerk waarop ze stroom kunnen kopen en verkopen. Ze zijn eerder geneigd om zuinig om te springen met energie. Om die reden is het ook van belang dat omwonenden van windmolens en zonneparken vanaf het begin betrokken worden bij deze initiatieven en de kans krijgen om mede-eigenaar te worden.

Mensen die lokaal schone energie willen opwekken voelen zich vaak gedwarsboomd door de overheid in plaats van gesteund. Dat moet veranderen. De Belastingdienst moet gaan meedenken in plaats van tegenwerken. Daarnaast zal de centrale overheid nog meer werk moeten gaan maken van grootschalige schone energie, met name wind op zee. De Nederlandse overheid investeert nu via staatsbedrijf Energiebeheer Nederland (EBN) in olie en gas. Dat moet anders. De Rijksoverheid moet kiezen voor schone energie door zelf te gaan participeren: EBN kan beter windparken gaan bouwen en geothermie gaan aanboren.

Zolang de prijzen van fossiele energie niet de waarheid vertellen over de externe kosten - daarvoor is een CO2-prijs van circa 100 euro nodig - blijft overheidssteun voor schone energie geboden, ook na 2023. Daarnaast heeft de Rijksoverheid een belangrijke rol bij het stimuleren van innovaties. Daarvoor moeten veel meer middelen beschikbaar komen. Ook moet de overheid haar regierol opnemen ten ben behoeve van de aanleg van de infrastructuur (gewoon grid, smart grid, warmtenetten) voor een schone energievoorziening.

Gezien de slechte ervaringen met het Nederlandse zwabberbeleid uit het verleden is het raadzaam om, waar mogelijk, voort te bouwen op het huidige ondersteuningsinstrumentarium, zoals SDE+. Maar instrumenten die niet werken, zoals de huidige postcoderoosregeling voor energiecoöperaties, moeten dringend worden verbeterd. Dat kan door de postcodebeperking te laten vervallen en burgers en bedrijven die schone energie opwekken, waar dan ook in Nederland, geheel vrij te stellen van energiebelasting, tot aan een maximum van het eigen verbruik. Dan kan decentrale energie echt vaart krijgen.

Energiebesparing

De schoonste energie is de energie die niet hoeft te worden opgewekt. Energiebesparing moet veel hogere prioriteit krijgen in het beleid ten aanzien van industrie, gebouwen, transport en apparatuur.

Industrie
Fiscale maatregelen die fossiele energie duurder maken voor bedrijven (zie verderop) hebben als neveneffect dat de terugverdientermijn voor energiebesparingsmaatregelen verkort wordt. Op de verplichting om alle maatregelen te nemen die zich binnen 5 jaar terugbetalen moet nu ook echt worden gehandhaafd. De concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven wordt versterkt als zij vooroploopt in energiebesparende innovaties.

Gebouwen
Het energiebesparingsbeleid voor de gebouwde omgeving zal meer verplichtend moeten worden voor zowel verhuurders als huiseigenaren. Met het verstrekken van gunstige leningen alleen redden we het niet. Er zijn ook fiscale maatregelen nodig om energiebesparing aan te jagen en dwingender maatregelen zoals een verbod om nog woningen met een G- of F-label te verhuren.

Transport
In het verkeersbeleid is een radicale omslag nodig om energieverbruik te verminderen. Niet snelheid, maar bereikbaarheid en gezondheid dienen centraal te staan. Niet langer investeren in nieuw asfalt, maar in voorzieningen in de wijk en de stad, die te voet, per fiets of met het openbaar vervoer bereikbaar zijn. De prijs van autorijden moet de waarheid vertellen over vervuiling en congestie. Dat vraagt om invoering van een ‘slimme’ kilometerprijs: wie op drukke plekken of momenten rijdt, of in een vieze auto, betaalt een hoger tarief. In dunbevolkte gebieden geldt een lager tarief. Zo stimuleren we ook de doorbraak van de elektrische auto. Op weg daar naartoe moeten in Europees verband de uitstootnormen voor personen- en bestelauto’s verder worden aangescherpt en uitgebreid naar zware voertuigen.

Apparatuur
Alleen al de Europese energiezuinigheidsnormen voor apparaten (ecodesign) leveren de EU-landen in 2020 een besparing van 17% aan stroom en 10% aan warmte op. Nederland moet erop inzetten dat deze aanpak wordt uitgebreid naar alle huishoudelijke apparaten, industriële machines, voer- en vaartuigen. Hoe meer lidstaten voorop durven lopen, hoe krachtiger het Europees beleid. De impact daarvan mag niet worden onderschat.

Duurzame Europese EnergieUnie

Europees net
Het is niet zeker dat het dichtbevolkte Nederland in 2050 al zijn energie zelf kan opwekken uit duurzame bronnen. Bovendien hangt de geproduceerde hoeveelheid schone energie af van het weer en de seizoenen. Als er genoeg windmolens op zee staan, kan Nederland op een winderige dag ook stroom exporteren. Andere Europese landen kunnen juist op andere momenten veel meer opwekken dan ze zelf nodig hebben: rond de Middellandse Zee met zon, ten noorden van ons met wind en waterkracht. Vandaar het belang van een Europees supernet voor schone stroom. Nederland heeft al een elektriciteitsnetwerk met veel grensoverschrijdende verbindingen. Een Europees efficiënt netwerk van hoogspanningskabels maakt de elektriciteitsvoorziening robuuster.

Noordzeenet
Een eerste stap naar een Europees supernet is het versterken van de verbinding tussen de landen onderling en de inpassing van offshore windparken rondom tot een Noordzeenet. Zo wordt een groot productie- en handelsgebied in schone energie geschapen. Europa kan dan optimaal profiteren van goedkope waterkracht uit Noorwegen en het enorme windpotentieel in Schotland. Een Noordzeenet maakt het aantrekkelijk om windparken op zeer grote afstand van de kust te plaatsen. Net als bij de gasrotonde kan Nederland ook binnen deze strategie als doorvoerland dienen. In plaats van te wedijveren met de buurlanden om de dealer van Poetins gas te worden, werken we dan met hen samen aan schone energie die onze afhankelijkheid van geïmporteerde energie terugdringt. En het levert nog meer banen op ook.

Onbalans
Door te werken aan een duurzame Europese EnergieUnie kunnen schommelingen in het aanbod van schone stroom opgevangen worden. Als het in Nederland even niet waait, krijgen we zonnestroom uit Spanje. Uitwisseling van stroomoverschotten met de buurlanden plus flexilibisering van de stroomvraag (van met name de industrie) is de goedkoopste manier om energie ‘op te slaan’ en onbalans te voorkomen. Publieke investeringen in de opslag van schone stroom zijn daarmee minder urgent. Wél interessant is het benutten van de bestaande batterijen in elektrische auto’s voor opslag, met behulp van smart grids en slimme laadpalen. Dan hoeven netbeheerders minder snel over te gaan tot verzwaring van het stroomnet in de wijk.

ETS
Om de Europese EnergieUnie echt duurzaam te maken is reparatie van het Europese emissiehandelssysteem ETS urgent. De CO2-prijs voor industrie en stroomproducten moet omhoog. Dat betekent dat de beschikbare hoeveelheid emissierechten stelselmatig verlaagd wordt in lijn met het klimaatdoel van maximaal 2 graden opwarming (dus 95% emissiereductie in 2050), dat het overschot aan rechten uit het verleden wordt geschrapt en dat de emissierechten niet langer worden weggegeven maar geveild. Om het goede voorbeeld te geven, investeringszekerheid te bieden en een einde te maken aan het stoken van kolen dient Nederland een nationale bodemprijs voor emissierechten in te voeren. Ook het alternatief van een aanvullende CO2-belasting zou in Europa op tafel moeten komen, al is het maar binnen een kopgroep, als het repareren van het ETS niet snel genoeg lukt.

Brussel bevoegd
Schone energie kan de EU energie-onafhankelijk maken, maar op de weg daarheen is het van groot belang dat zij met één stem spreekt tegenover de landen die fossiele energie leveren. Daarvoor moeten er meer bevoegdheden naar Brussel. Zo dient de Europese Commissie een vetorecht te krijgen over alle gascontracten die EU-landen vatbaar maken voor chantage, zoals de geplande verdubbeling van de North Stream-pijpleiding uit Rusland. Nederland moet onder ogen zien dat gas niet kan worden losgekoppeld van geopolitiek. Het is tijd om de gasrotondestrategie te verlaten, in Brussel niet langer aan de rem te hangen en te ijveren voor een duurzame invulling van de EnergieUnie.

Ruimtelijke ordening en Energie

Schone energie, met haar decentrale karakter, heeft gevolgen voor de invulling en de beleving van de ruimte in Nederland. Illustratief is het veelvuldige verzet van omwonenden tegen de komst van windmolens - een weerzin die vaak verdwijnt als de molens er eenmaal staan. GroenLinks ziet deze ruimtelijke gevolgen onder ogen. In de nieuwe Omgevingswet zal het nationale belang van de ‘installaties en voorzieningen’ die nodig zijn voor de energietransitie worden verankerd, zo heeft de Tweede Kamer onlangs besloten op voorstel van GroenLinks-afgevaardigde Liesbeth van Tongeren.

Een goed voorbeeld van zuinig en slim ruimtegebruik is het voorstel van de Tweede Kamerfractie van GroenLinks om meer windmolens lang snelwegen te plaatsen. In de buurt van snelwegen geldt al een beperking voor bewoning vanwege het lawaai van de auto’s. Nederland heeft ongeveer 2300 kilometer snelweg. Ongeveer de helft daarvan is geschikt voor het plaatsen van windmolens. Deze 1500 molens kunnen een betekenisvolle bijdrage leveren aan de energietransitie.

De ruimtelijke implicaties van de energietransitie dwingen om verschillende ‘groene’ waarden tegen elkaar af te wegen. Dat is lastig als bio-energie bijvoorbeeld ten koste gaat van biodiversiteit. Beide zijn immers van essentieel belang voor het behoud van het ecosysteem. Nederland zou zich daarom in moeten zetten voor bindende Europese duurzaamheidseisen voor alle vormen van bio-energie. De effecten op land- en watergebruik moeten worden meegewogen, zodat de teelt van energiegewassen niet ten koste gaat van natuur, voedselvoorziening en inheemse volken.

Fiscale sturing

De subsidies voor schone energie kunnen grotendeels verdwijnen, wanneer die voor fossiele energie de komende jaren in stappen worden afgeschaft, evenals de belastingkortingen voor grootverbruikers van gas en elektriciteit en het teveel aan CO2-emissierechten. In de praktijk maakt het ministerie van Financiën zich echter nu al zorgen over de erosie van de belastinggrondslag door de toename van schone energie en de groeiende mogelijkheden voor opslag ervan. Die zorg is wel begrijpelijk maar ook selectief: vooralsnog vormt de korting voor fossiele grootverbruikers een veel grotere aanslag op de schatkist.

Het valt te overwegen om fiscale vergroening een eigen plek te geven binnen het begrotingsbeleid. Nu zit de milieufiscaliteit in een spagaat: enerzijds moet het gedrag van burgers en bedrijven in groene richting worden gestuurd, anderzijds moet er geld worden opgehaald voor de schatkist. Een apart lastenkader voor groene belastingen kan een oplossing bieden. Daarin zou het internaliseren van negatieve externe effecten centraal moeten staan, en niet de opbrengst per maatregel. Een verdergaande optie om het internaliseren van externe effecten centraal te stellen is om groene belastingen de vorm te geven van doelheffingen. De opbrengst van de doelheffing, bijvoorbeeld op het lozen van restwarmte, wordt gebruikt worden om innovatie te stimuleren in de betreffende sectoren, zoals de aanleg van warmtenetten door netbeheerders.

Hoe dan ook, de schatkist en het milieu zijn erbij gebaat als de Nederlandse politiek haar afkeer van Europese bemoeienis met belastingen laat varen. Nieuwe groene belastingen die de grondslag voor ecofiscaliteit verbreden en het ideaal van een circulaire economie dichterbij brengen, zoals belastingen op de invoer en winning van maagdelijke grondstoffen (schaarse metalen, fosfaat), laten zich het best op EU-niveau invoeren. Nederland zou, de presentatie van een nieuw pakket maatregelen voor de circulaire economie door de Europese Commissie, voorzien voor eind 2015, moeten aangrijpen om, tijdens het EU-voorzitterschap voorjaar 2016, een Europese aanpak van ‘belasting op onttrokken waarde’ te bepleiten.

Het Aardgastransitieplan

Nederland moet afkicken van aardgas. De huidige gaswinning richt grote aardbevingsschade aan in Groningen en Rusland is geen betrouwbare gasleverancier. Het meeste gas wordt gebruikt voor de verwarming van gebouwen. Daarom moeten onze huizen aardgasvrij worden. Binnen de EU is afgesproken dat nieuwbouw na 2020 vrijwel energieneutraal moet zien. Die regel kan Nederland al in 2016 invoeren. Dat betekent ook dat nieuwe huizen geen aardgasaansluiting meer krijgen. Zij zijn uitstekend geïsoleerd en worden verwarmd met warmtepompen op stroom van zonnepanelen. Nul-op-de-meter (en afkoppeling van het gasnet) moet ook de standaard worden bij de renovatie van bestaande huizen. Om all-electric wonen te stimuleren, is het verdedigbaar om de gasprijs voor huishoudens te verhogen. Ter compensatie moet dan ook de heffingskorting op de energierekening worden verhoogd.

De industrie heeft vooralsnog minder alternatieven voor gas, maar we mogen verlangen dat zij er veel zuiniger mee omspringt. Dan kan de gaswinning in Nederland zo snel mogelijk worden teruggebracht tot het ‘veilige’ maximum van 12 miljard kuub per jaar. De korting op de gasprijs voor grootverbruikers moet worden uitgefaseerd. Er dient, net als in Denemarken, een heffing te komen op het lozen van restwarmte. Als deze warmte niet langer verspild wordt, maar benut voor industriële processen of de verwarming van gebouwen die moeilijk energieneutraal te maken zijn (bijvoorbeeld bestaande hoogbouw), besparen we miljarden kubieke meter aardgas.

Zowel de benutting van restwarmte als de inzet van duurzame warmte, uit geothermie of biomassa, vraagt om de aanleg van publieke warmtenetten. De haalbaarheid daarvan moet per gebied bekeken worden, in samenspraak tussen nationale, regionale en lokale overheden. De warmtenetten moeten zo open mogelijk zijn. Uitgangspunt is dat de meest duurzame warmte, bijvoorbeeld uit geothermie, voorrang heeft. Het is zaak om te voorkomen dat warmtenetten leiden tot fossiele lock-in. Daarom mogen kolencentrales niet worden aangesloten op een warmtenet. In het licht van de beweging naar een circulaire economie is ook een sterke afhankelijkheid van afvalverbrandingsinstallaties ongewenst. De circulaire economie gebruikt afval als grondstof, in plaats van het te verbranden.

Het wenkend perspectief van de Energietransitie

Als we doorgaan met het verstoken van kolen, olie en gas zijn het toekomstige generaties die de lasten dragen en veel van onze moderne lusten mislopen. Intergenerationele rechtvaardigheid en onze verantwoordelijkheid voor het ecosysteem schreeuwen om een eerlijker lastenverdeling. Dat betekent dat energie nu duurder wordt, vooral voor bedrijven. Ze kunnen deels worden gecompenseerd met een ruimere belastingaftrek voor investeringen in energiebesparing en schone energie. Nederland is daarmee vrij karig in vergelijking tot andere landen.

Ook huishoudens kunnen worden geconfronteerd met een hogere energierekening, zeker wanneer zij autorijden of in een tochtig huurhuis wonen. Maatregelen kunnen die lasten verlagen, en de sterkste schouders moeten de meeste lasten dragen. Zo is het zaak om het openbaar vervoer tot een goed en betaalbaar alternatief te maken voor de auto. En het is tijd voor een grootschalig offensief om bestaande huurwoningen energieneutraal te maken. De geplande invoering van de ‘energieprestatievergoeding’ kan daarbij helpen, mits zowel huurder als verhuurder er financieel baat bij hebben.

Tegenover de lasten staan ook lusten. Hogere opbrengsten uit groene belastingen, zeker op korte termijn, stellen de overheid in staat om de lasten op arbeid te verlagen. Een Europa dat draait op schone energie bespaart dagelijks een miljard euro aan fossiele import. Dat geld blijft in de Europese economie en schept miljoenen arbeidsplaatsen. Daarnaast zorgt de decentralisatie die met schone energievoorziening gepaard gaat voor een nieuwe vorm van verbondenheid in het economisch systeem. Steeds meer mensen krijgen een eigen stukje van het Europese energiesysteem in handen.

Daarmee is de macht eerlijker verdeeld en kunnen we andere waarden nastreven dan enkel goedkope energie voor consumenten en zoveel mogelijk winst voor private energiemolochen. De energietransitie biedt daarmee niet alleen perspectief op een gezondere leefomgeving in ‘spaceship earth’ maar ook tot de mogelijkheid voor nieuwe verbondenheid tussen mensen. Zo draagt de energietransitie op haar eigen manier een steentje bij aan een ontspannen en duurzame samenleving.

De volledige essaybundel Energietransitie: politiek robuust is hier te downloaden.

Voorzitter van Milieunetwerk GroenLinks en hoofdredacteur van Windnieuws.
Alle artikelen