Volk & elite

Acteursgroep Wunderbaum speelt Venlo

Venlo

Een idealistische wethouder, boze burgers, de onthulling van een kunstwerk en veel bier. Dat zijn de ingrediënten waarmee Wunderbaum in haar voorstelling Venlo een haarscherp beeld schetst van de politieke actualiteit.

Wunderbaum is een acteursgroep die in samenwerking met een vormgever, een dramaturg, muzikanten, schrijvers, fotografen en filmmakers voorstellingen maakt. Uitgangspunt is steeds persoonlijke interesse of maatschappelijke thema’s. Ze experimenteren met verschillende theatervormen, vaak gespeeld op locaties. Eerdere voorstellingen gingen onder andere over Berlusconi, asielzoekers en religie. We spreken met drie van de vijf acteurs: Maartje Remmers, Walter Bart en Matijs Jansen. Dramaturg, Jeroen Versteele, schuift ook aan.

Venlo is in april en mei weer te zien in Nederland. In maart en april speelt Wunderbaum een nieuwe voorstelling Rail gourmet, gebaseerd op teksten van de Vlaamse schrijfster Annelies Verbeke. Zie www.wunderbaum.nl.

Venlo

De voorstelling speelt zich af in een middelgrote provinciestad. Op lokaal niveau zijn de verhoudingen beter zichtbaar, zo legt Maartje Remmers die keuze uit. “Plaatselijke leiders zitten dicht op de weerbarstige praktijk en er is directe confrontatie met burgers. Dan wordt het spannend te zien hoe ze hun idealen overeind houden.” Matijs Jansen: “Wethouders staan in de modder.” Walter Bart: “Ze zijn kanonnenvlees.” Voor ‘Venlo’ is gekozen vanwege het bier, de schlagers en de feesten, maar natuurlijk ook omdat het als ‘de stad van Wilders’ symbool staat voor de nieuwe politieke verhoudingen. In het stuk zelf komt Wilders niet voor, zoals er geen enkele directe verwijzing is naar bestaande politieke partijen of personen. Ook buitenlanders, Marokkanen of de islam ontbreken. Bart: “Over het vreemde en de vreemdeling hebben we eerder al een voorstelling gemaakt. De kern daarvan was: de identiteitscrisis zit in de Nederlander zelf.” Dat is ook in deze voorstelling zo, want de enige dreiging in dit stuk komt van een hangjongere, de tienerzoon van de wethouder. Bart: “Met een petje en een joint. Het gevaar moest zo ongevaarlijk mogelijk zijn, om de angst en het flippen nog onwezenlijker te maken.”
De voorstelling draait om vier lokale, ‘kleine’ leiders: een wethouder, een politiechef, een ondernemer en een leerkracht.

De wethouder

De wethouder van onder andere kunst, mevrouw Scholten (gespeeld door Marleen Scholten), is een idealist die al van jongs af aan de droom heeft dat zij het goede kan én moet doen voor de gemeenschap. Jansen: “Ze schuwt de macht niet, omdat ze oprecht meent het beter te weten dan het volk en daardoor het volk te kunnen verheffen. Dit is een belangrijke vraag in het stuk: is dat ook zo? Weten leiders het beter dan het volk zelf?” De wethouder heeft een kunstwerk laten maken dat de tolerantie moet verbeelden of in ieder geval tot nadenken daarover moet stemmen. De voorstelling begint bij de onthulling van het beeld. In haar speech spreekt ze mooie, GroenLinks-achtige woorden. Citaat: ‘Er is moed voor nodig om tolerant te zijn, zelfs tegenover de intoleranten; kunst zet aan tot nadenken.’ Na de toespraak en de onthulling is er feest voor de bewoners met bier, worst en volksgezang: ‘Bier en Tieten’. Het feest loopt uit op een confrontatie.

De populist

Als opponent van de wethouder ontpopt zich op het feest de lerares geschiedenis, mevrouw Remmers (gespeeld maar Maartje Remmers). Remmers: “Zij is de pessimist, zijzelf noemt het ‘realist’. Ze is het vertrouwen in ‘de politiek’ kwijt. Als lerares voelt zij zich slachtoffer van de onderwijshervormingen. De politiek heeft haar alle middelen uit handen geslagen om fatsoenlijk les te geven en de kinderen iets bij te brengen. Haar moeder zit in een bejaardenhuis ‘in haar pis geparkeerd’ omdat de zorg minimaal is en ook daarvoor legt ze de schuld bij de politiek.” De lerares roept op het feest de wethouder ter verantwoording. Remmers: “Ze is er op uit de idealen van de wethouder te onthullen als gevaarlijk, want niet reëel.” Bart: “Ze is een nihilist. ‘De mens is een dier en blijft een dier’, zegt ze. ‘De mens wil gewoon doen waar hij zin in heeft’, werpt ze de wethouder voor de voeten.” Of ze ooit idealen heeft gehad, weet Remmers niet zeker. “Het zuur heeft er misschien altijd wel ingezeten.” Jansen: “Ze staat als het archetype van de populist tegenover de wethouder.” Het is de ontevreden burger tegenover de idealistische politicus.

De opportunist

De derde hoofdpersoon is de ondernemer, de heer Jansen, gespeeld door Matijs Jansen. Wat het bedrijf van Jansen produceert blijft onduidelijk, iets ‘met eco’, maar ambitieus is hij. Zijn mond loopt over van woorden als ‘innovatief’, ‘competatief’, ‘global player’ en ‘voorop lopen’. Jansen: “Hij heeft hart voor de regio, hij wil iets betekenen, maar dan moeten anderen wel meewerken.” Jansen heeft het kunstwerk gesponsord en al snel blijkt dat hij in ruil daarvoor van de wethouder verlangt dat ze vaart zet achter de aanleg van een snelweg, want anders mist Venlo de aansluiting met de wereldmarkt. Jansen: “Hij droomt van Venlo als een Abu Dabi aan de Maas.” Walter: “Hij is de klassieke kapitalist, maar dan in een modern eco-jasje met babbels over zonnepanelen.” Jeroen Versteele: “Ondertussen wil hij gewoon met z’n geile mercedes over die snelweg scheuren.” Jansen: “Hij heeft een doel, en daarvoor gaat hij desnoods over lijken.” De ondernemer doet een poging de wethouder te verleiden, maar wordt afgewezen. Als de wethouder ook geen toezegging doet over de snelweg, keert hij zich tegen haar.

De burgerman

Tot slot is er de politiechef, gespeeld door Walter Bart. Bart: “Een vrolijke, enigszins simpele gezinsman. Zijn gezin is zijn ideaal, hij gelooft in de hoeksteen van de samenleving.” De politieman heeft twee tienerdochters die hij meent te moeten verdedigen tegen bronstige jongens, met name Rutger, de gevreesde zoon van de wethouder. Bart: “Maar hij gebruikt zelf, als hij over zijn dochters spreekt, eigenlijk iets te hitsige woorden als rondborstig en geslachtsrijp.” In het begin gedraagt de politiechef zich welwillend tegenover de wethouder. Gaandeweg wordt de politieman aangestoken door de tirades van de lerares; hij is de burgerman die gevoelig blijkt voor de populistische verleiding. De sympathieke gevoelsmens met een vrolijke dronk, blijkt ook een meeloper en een schreeuwer met losse handjes.

Het machteloze idealisme van GroenLinks/PvdA tegenover de mopperende aanhang van SP en Wilders
De spelers van Wunderbaum, die voor het stuk gebruik maakten van teksten van PvdA-ideoloog René Cuperus, publicist Bas Heijne en de conservatieve politiek-filosoof John Gray, zijn voorzichtig met al te precieze verwijzingen naar de werkelijkheid. Remmers: “Wij willen wegblijven van de precieze politieke kleur van personen.” Bart: “De wethoudster kan ook een VVD’er zijn. Wat ze wil is de boel in goede banen leiden. Dat is niet voorbehouden aan links. Haar opmerking dat ze het beter weet dan het volk, is een pleidooi voor elitaire machtsverhoudingen. Het is de erkenning dat er een elite nodig is om te besturen. Ze durft te spreken over macht. In Nederland is ‘macht’ een vies woord geworden, als een politicus hier zegt dat hij macht gebruikt, heeft hij een probleem. Als in Duitsland Merkel of in Frankrijk Sarkozy zegt macht te hebben, kijkt niemand vreemd op.”

De confrontatie

Met het toenemen van de feestvreugde en het aantal verorberde biertjes, lopen ook de gemoederen hoger op. De mooie woorden van de wethouder over tolerantie slaan als wereldvreemd te pletter tegen een muur van individuele klachten en angsten. De boosheid mondt uit in schokkend geweld, gericht tegen de wethouder. Het is een aanslag op de democratie. Bart: “Wat in deze botsing tegenover elkaar komen te staan zijn idealisme en nihilisme, vertrouwen en wantrouwen, hoop en desillusie, geloof in vooruitgang tegenover conservatisme.” Een geknakte en verbitterde wethouder richt zich na de aanslag nog een keer tot haar stadgenoten. Citaat: ‘Ik ben hardhandig uit mijn droom wakker geschud; ik geloofde dat ik u uit uw middelmatigheid kon redden, uw angst kon omkeren in vertrouwen; nu zie ik uw ware aard, uw minimale herseninhoud.’ Jansen: “Ze richt zich tot ons, het hele publiek. Ze houdt ons spiegel voor. Ons systeem staat op het spel.”
Versteele: “Geweld is een voortzetting van politiek met andere middelen.” Bart: “Onze beschaving is een dun laagje vernis. Bekijk de beelden van de rellen in Hoek van Holland maar eens. Die opbouw van razernij in een volksmassa, die is niet te stoppen. De barsten in de beschaving uiten zich via geweld.” De film Dogville van Lars von Trier is voor Wunderbaum een inspiratiebron geweest evenals de film Das weisse Band van Michael Haneke.
Na haar laatste woorden verlaat de wethouder het podium. Dat blijft leeg achter, de aftocht van de democratie. Uit de luidsprekers klinkt ‘Bier en Tieten’.

Het alternatief

Jansen: “Dat is inderdaad de vraag. We hebben geprobeerd aan het eind, na de afgang van de wethouder, de lerares op te laten komen, met haar op het podium als slotbeeld: hoe zal het anders gaan met haar? Nu laten we het podium leeg, de vraag is: wat nu?” Jansen: “Wat rest is verontrustende leegte. Ons stuk is een oproep tot verantwoordelijkheidszin: weet wat er op het spel staat.” Bart: “Zonder democratische politici is er de barbarij. Haar stadgenoten erkennen de wethouder niet meer, wat overblijft is ‘bier en tieten’.” Jansen: “De democratie lijkt failliet, maar wat daarna na komt stemt tot nadenken.”

Of: de wethouder druipt af, het feest gaat door, het volk is tevreden.
Bart: “Dat zagen we ook terug in de reactie van het publiek. Vaak was de stemming na afloop bedrukt, maar soms was men even uitgelaten als aan het begin en werd er even vrolijk meegetrommeld op de muziek.”

Liesbeth Noordegraaf-Eelens is filosoof en econoom.
Alle artikelen
Journalistiek onderzoeker.
Alle artikelen