Redactioneel: Gemeenschappen, klef?

Congressen van politieke partijen zijn met al hun rituelen een kruising tussen een hoogmis en een familiedag. Van heinde en verre stroomt men te samen voor een stichtende preek van de voorganger en een goede discussie over de juiste partijleer. In de wandelgangen wordt er geruzied en geroddeld, op de schouders geslagen en over ruggen gewreven. Er is de eeuwige nar, waar iedereen weer erg om moet lachen, en het zwarte schaap met zijn claque uit de regio, die zeer worden gewantrouwd. Het is, kortom, een feest ter bevestiging van de onderlinge band.

Vooral linkse partijen zijn hechte gemeenschappen. Niet voor niks heet dat de ‘linkse kerk’. Links heeft niet alleen een neiging tot moraliseren maar ook tot normeren; dat wil zeggen dat ze een sterke opvatting heeft over ‘goed’ en ‘fout’ en daaraan gekoppeld het oordeel dat wie een ‘foute’ mening heeft zelf ook ‘fout’ is. Die sociale druk – het dreigen met uitsluiting bij normafwijking – versterkt de groepsbinding; het maakt uittreden én intreden lastig.

De ironie is dat links andere gemeenschappen dit gedrag verwijt, met name de klassieke gemeenschappen van staat, kerk en gezin. Vanaf de jaren zestig is het linkse oordeel dat deze drie instituties hun ‘leden’ opsluiten in door traditie bepaalde en hiërarchisch bewaakte normen, en zodoende individuele vrijheid in de weg staan. Die kruistocht tegen staat, kerk en gezin is zondermeer een succes geworden want ze heeft geleid tot een ware culturele bevrijding. Kerk en gezin zijn ‘opener’ geworden, de staat minder hiërarchisch en minder normerend. 

Daarbij kan je echter twee kanttekeningen plaatsen. Links heeft in haar kruistocht erg op de man gespeelt: ze richtte zich op de instituties zelf in plaats van op hun functioneren en cultiveerde een sterke aversie tegen staat, kerk en gezin. Voor vele linkse mensen is het gezin klef, de kerk & het geloof leugenachtig en de staat een sta in de weg – ‘vrije wereldburgers willen we zijn!’ Daarbij heeft links over het hoofd gezien welke belangrijke rol deze instituties spelen in het voorzien van basisbehoeftes van veel mensen, namelijk de sociaal-economische bescherming van de staat, de troost en betekenisgeving van kerk en geloof, en de zorg en veiligheid van het gezin. Dit zijn gemeenschapswaarden en het huidige maatschappelijke ongenoegen, tot uitdrukking komend in electorale onrust, zou wel eens voor een deel verklaard kunnen worden uit een onvervuld verlangen hiernaar. Dat wordt wel verrechtsing genoemd, maar het is de vraag of dat klopt – sociale bescherming, zingeving en zorg zijn niet ‘rechts’ en kiezers lopen in ieder geval er nog niet massaal voor over naar CDA en VVD. Nog niet. Links doet er onverstandig aan het verlangen naar gemeenschapswaarden als ‘rechts’ te negeren, want dat zou dezelfde fout zijn als eerder met de vreemdelingenangst.

In deze Helling onderzoeken we welke rol staat, kerk en gezin kunnen spelen. Ze staan op veel manieren onder druk maar zijn lang niet afgeschreven. We kijken ook naar nieuwe gemeenschappen, van de homowandelclub tot de Erben Wennemars-fanclub. Zowel bij de klassieke als bij de nieuwe gemeenschappen is het zoeken naar vrijheid in gemeenschap. Samen is niet per se klef. De linkse kerk kan zelf het goede voorbeeld zijn.

Journalistiek onderzoeker.
Alle artikelen