Politiek is theater

In het theater van de politiek gooit het opstandige publiek met tomaten en eist een ander repertoire: een beetje populairder, meer emotie, meer drama. De spelers-politici zijn in opperste verwarring. Hoeveel populisme kan de democratie aan? Een rondetafelgesprek met vier outsiders. ‘Mag het wat minder Shakespeare, en wat meer Ron Brandsteder?’

Nergens is de oprukkende burger zo zichtbaar als in de politiek. Regenten, politieke elite, Haagse ivoren toren: het zijn nog de keurigste bewoordingen waarmee burgers hun frustratie uitdrukken over het gebrek aan toegang tot het politieke domein. Ze willen zich graag met politiek bemoeien, maar voelen zich buiten gesloten. De Fortuyn-revolutie was daarvan een uitdrukking en voorlopig hoogtepunt, maar zeker niet het einde want er is niet veel door veranderd. Burgers zitten de politiek dicht op de huid, veelal via de media. Het leidt tot onzekere politici, die elkaar ervan beschuldigen elitair dan wel populistisch te zijn omdat er respectievelijk nog steeds niet of juist te veel naar burgers wordt geluisterd. Het is niet overdreven om te spreken van een politieke legitimatiecrisis. Meer nog dan voor Fortuyn zoeken politieke partijen een oplossing in zogenaamde bestuurlijke vernieuwingen: referenda, burgemeesterverkiezingen, districtenstelsel, etc.. Maar dat dossier (!) zit muurvast. Minder aandacht is er voor vorm en stijl van politiek, terwijl daar veel meer verandert. Critici, waaronder de gevestigde orde, spreken ongerust over personalisering, medialisering, verplatting en verruwing. Anderen zien deze ontwikkeling als een manier om de politiek toegankelijker te maken voor burgers die zich nu buitengesloten voelen.

Dat de politieke mores en codes, de ‘oude vormen en gedachten’, aan het schuiven zijn is zeker. Hoe populair kan de politiek worden? Wat moeten we omarmen en welke grenzen mogen we niet oversteken? Daarover hebben we een aantal mensen bij elkaar gezet die ieder op zijn eigen manier met deze kwestie bezig zijn. Liesbet van Zoonen is hoogleraar Media Studies aan de Universiteit van Amsterdam en schreef vorig jaar een boek met de titel Entertaining the citizen; when politics and popular culture converge, waarin ze vaststelt dat de politiek zou kunnen leren van de populaire cultuur en dat – notabene – politiek best leuk mag zijn. Marcel ten Hooven is als parlementair journalist van Trouw een kritische volger van de politiek. Hij schreef vorig jaar een boek, samen met Paul ’t Hart, over de politiek na Fortuyn: Op zoek naar leiderschap; regeren na de revolte. Jaap Spreeuwenberg is directeur van Coolpolitics, een stichting die politieke debatten organiseert voor jongeren – die worden uitgezonden op MTV – en andere evenementen, met als idee een nieuw podium te bieden voor betrokkenheid. Tenslotte Harry van Bommel, Tweede-Kamerlid voor de SP, de volkspartij bij uitstek, en sinds het Grondwetreferendum een BN’er en misschien zelfs wel een celebrity.

Liesbet van Zoonen, u meent dat de politiek amusanter en leuker kan: meer drama, meer emotie, meer over personen. Precies wat de afgelopen drie jaar is gebeurd in Nederland. Tevreden?
Liesbet van Zoonen: “Om misverstanden te voorkomen: ik doe in het boek geen pleidooi voor iets. Ik stel voor om naar de politiek te kijken als een vorm van populaire cultuur; ik zeg dat de politiek daarvan kan leren. Maar het kan ook te ver gaan. De Nederlandse politiek is nu een thriller geworden met aanslagen en politici die worden bedreigd; dat mag best wat minder.

Het boek is geboren uit frustratie over de Paarse kabinetten, hoewel het een internationaal boek is. Ik stel vast dat de heersende politieke stijl rationeel, informatief en zakelijk is, nogal elitair en dat leidt tot uitsluiting. Kijk eens waar mensen graag naar toe gaan of wat ze graag op tv zien: dat gaat over emotie, over jezelf, identiteit, authenticiteit. Zie de Big Brother-rage of Idols of de nostalgische trend van stijldansen. Politici kennen die wereld niet, ze staan mijlenver af van wat mensen bezighoudt. Die stijlen sluiten niet aan. In een Brits onderzoek hebben ze Big Brother-fans ondervraagd over politiek. Ze vonden politici nep en de Big Brother-kandidaten veel echter, meer zichzelf. Ze herkennen zich niet in de politici, die hen ondertussen wel vertegenwoordigen. Opvallend is ook dat men de stemprocedures bij Big Brother veel transparanter vinden dan die van de politiek; sowieso zijn ze zeer te spreken over de mogelijkheid van het wegstemmen, die interactiviteit waarderen ze zeer. Je kan dan wild gaan fantaseren...”

Doe dat eens.
Van Zoonen: “In Engeland hebben ze een politieke Idols gehad: Vote for Me; een show voor mensen die zich kandidaat wilden gaan stellen als parlementariër. De eerste selectie gebeurde door een jury waarna de tien overgeblevenen een zeven dagen lange strijd aangingen op tv, waarbij het publiek steeds eentje af mocht stemmen totdat er een winnaar was. In de VS hebben ze iets soortgelijks gedaan. Het is allemaal mislukt en wel omdat ze alleen het format overnamen, alleen de verpakking. Dat is niet genoeg. Politici moeten in taal en verhaal meer aansluiten bij het dagelijkse leven, meer van de straat zijn. Ik herinner me bij de verkiezingscampagne van 2003 dat Bos bij Jeugdjournaal gevraagd werd wie zijn favoriete idol was en daar had hij een antwoord op. Dan sta je midden in het leven en laat je ook iets van jezelf zien. De begrippen ‘plezier’ en ‘emotie’ ontbreken in de politieke theorie en dat is ten onrechte.”

Marcel ten Hooven, u bent beschouwer, wordt de politiek van popularisering toegankelijker en daarmee democratischer? En is er sprake van popularisering?
Marcel ten Hooven: “Die popularisering is zeker aan de gang, maar anders dan Liesbet meent  draagt die niet bij aan democratisering.  Ik zeg dat op grond van de volgende redenering. Ik heb de indruk dat veel mensen politiek pas ‘democratisch’ vinden als de uitkomst naar hun zin is. Maar politici moeten niet voor burgers door de knieën gaan als zij op grond van hun eigen afweging van belangen tot een ander oordeel komen. Voor zo’n attitude is afstand een eerste vereiste. Popularisering van de politiek draagt daar niet aan bij, eerder het tegendeel. Gezag kan niet zonder aankleding, daarom draagt een agent een uniform en gaat een rechter in toga. Bij politici gaat het om gezag in figuurlijke zin. Ze verwerven waardigheid door hun ambt goed uit te oefenen. De politiek met al haar instituties, rituelen en gebruiken is in het leven geroepen om met geduld en doorzettingsvermogen weerbarstige problemen het hoofd te bieden. Politici moeten dat karakter van de politiek in hun optreden aan de kiezers tonen. Popularisering botst daarmee, het heeft als effect dat het gat tussen politicus en kiezer gedicht wordt, terwijl dat verschil juist nodig is. Afstand is de essentie van democratie.

Neem het geval van de ontsnapte TBS’er. De emoties bij het publiek zijn begrijpelijk, maar politici die daar in mee gaan om dichter bij hun kiezer te staan, vergeten dat ze moeten onderzoeken wat er werkelijk aan de hand is, en niet aan de hand van een incident algemene conclusies trekken. Gelukkig bracht minister Donner de Kamer bij zinnen. Natuurlijk, het ouderwetse gezag bestaat niet meer, maar er is nog steeds iets als een functionele illusie en die mag niet verdwijnen. Daar hoort ook bij dat politici privé en publieke rol moeten scheiden. En als ze die politieke rol goed spelen, met alle rituelen die daarbij horen, is politiek veel amusanter dan ze nu is, als ze allemaal krampachtig authentiek proberen te zijn.”

Van Zoonen: “Wat zijn je ideale politici?”

Ten Hooven: “Bij Donner zie je dat hij begrijpt wat zijn rol inhoudt. In recente verleden was Hans Wiegel iemand die het métier goed beheerste. Verder weg denk ik aan mensen als Churchill, Reagan, Thatcher, zij begrepen dat politiek een ritueel is met rollen en ze speelden die met verve.”

Harry van Bommel, voelt u spanning tussen de eisen van het vak, rationaliteit en zakelijkheid, en de verwachtingen van het publiek?
Van Bommel: “Het gaat hier over appreciatie, over wat je vindt dat een politicus moet zijn. Vroeger hadden de leraar, priester, dokter en politicus groot aanzien, voor hen was er veel respect. Daarmee waren ze ook niet erg toegankelijk in hun beroep: je kreeg wat zij goed achtten. Nu zijn mensen mondiger en geven onverbloemd de leraar en de dokter hun mening. Dat is prima. Behalve dat je ook ouders hebt die zo ongeveer de school willen overnemen, dan wordt het zaak dat professionals hun terrein bewaken. Dat is een krachtenspel dat er vroeger niet was. De beroepsgroep moet werken aan toegang én gezag – en dat geldt ook voor de politicus.” 

Van Zoonen: “Mensen erkennen gezag niet alleen omdat iemand geleerder is, maar een voorwaarde is ook dat ze kunnen denken: ‘die is eigenlijk net als wij’. Het koningshuis is zo populair omdat de Oranjes ook als ‘heel gewoon’ gewaardeerd worden. Mijn stelling is dat veel mensen dat gevoel van ‘een van ons zijn’ bij politici missen. Politici zijn vertegenwoordigers en het vertrouwen dat daarvoor nodig is, verdienen ze niet alleen met goede plannen – wat goede plannen zijn, is zo moeilijk te beoordelen. Vertrouwen is vooral gebaseerd op een moreel en emotioneel oordeel, op hoe je iemand waarneemt.”

Ten Hooven: “Identificatie?”

Van Zoonen: “Ja. De uitdaging voor huidige generatie politici is om gezag te verwerven op basis van zowel deskundigheid als worteling in het gewone volk, en dat wil zeggen: weten wat ze bezighoudt. Dan denk ik niet aan Donner, die andere voorbeelden van Marcel spreken me meer aan, zoals Thatcher, maar ook Blair.”

Ten Hooven: “Ik zie vooral nadelen. Politici die zich helemaal laten zien verliezen uit het oog dat hun publieke rol een heel andere is, met een andere moraal, dan hun rol in de privé-sfeer. Fortuyn was de eerste politicus bij wie het persoonlijke en het politieke helemaal samenvielen. Dat is mij niet best bekomen. Het kernbegrip voor mij is afstand, tussen politicus en burger en tussen de politicus en zijn privé-persoon.”

Coolpolitics probeert die afstand juist te verkleinen. Ze organiseert politieke debatten voor jongeren op bijvoorbeeld muziekfestivals. Op Lowlands had Lubbers zo opeens een publiek van 3000 enthousiaste jonge luisteraars.

Jullie hebben ook een eigen stijl? In een recent Coolpolitics-debat moest Laetitia Griffith de vraag beantwoorden wanneer ze voor het eerst seks had gehad en of dat leuk was geweest.
Spreeuwenberg: “Dat was een debat in een serie die we voor MTV maken. Deze had de titel seks, drugs en rock&roll en ging over de grenzen die de overheid mag opleggen aan genot. Zo’n vraag is relevant, want als de politiek gedrag reguleert dan wil je weten waar politici als persoon staan. Het was een mooi gesprek en er kwam een mooi antwoord, want Griffith omzeilde hem door te zeggen dat ze het niet meer wist omdat ze een paar biertjes op had. Het was een prachtig tv-moment, een van de mooiste uit de serie die we gemaakt hebben. Het gaat er om dat politici iets van zichzelf laat zien. Als het maar authentiek is. Van Aartsen mag bij ons in pak komen, want dat is authentiek Van Aartsen.”

Van Bommel: “Mijn opvoeding is zodanig dat ik dit soort dingen liever privé hou. Dat betekent niet dat ik niet iets van mezelf wil laten zien, zeker als het relevant is voor het werk, en van invloed op mijn standpunten.”

Van Zoonen: “Een politicus trekt zelf zijn grenzen, maar hij of zij moet wel kunnen reageren, al was het maar door de vraag irrelevant te maken.”

Spreeuwenberg: “We hebben binnenkort een debat in het Stedelijk Museum met politici en dan stellen we de vraag of iemand zelf schildert, kunst koopt of naar kunst gaat kijken. Dus als het over seks gaat doen we dat ook. Van Henk Kamp wil ik weten of hij zijn kinderen en zijn vrouw slaat, of hij zijn agressie onder controle heeft. Als dat niet zo is, wil ik hem niet als minister van Defensie. Van Zalm wil ik weten of hij niet teveel schulden heeft en van De Geus of hij zwartwerkers in dienst heeft.”

Ten Hooven: “Het persoonlijke leven is relevant? Betreed je daarmee niet een gevaarlijke en eindeloze weg?”

Spreeuwenberg: “In de VS doen ze ondervragingen bij benoemingen.”

Van Bommel: “Is dat een aanbeveling?”

Spreeuwenberg: “Je mag iemand behalve op prestaties en standpunten ook beoordelen op karakter en persoonlijkheid. Ik wil weten of iemand leeft naar zijn principes.”

Van Zoonen: “In de wetenschap noemen we dat contextuele moraal en dat hebben heel veel mensen. Het is ook de manier waarop politici in roddelbladen worden beschreven: CDA’ers worden beoordeeld op een goede huwelijksmoraal, sociaal-democraten of ze niet aan gemeenschapsgelden zitten. Het is kennelijk een neiging bij velen. Ik vind er alles voor te zeggen om mensen daarin tegemoet te komen – dus dat politici ook persoonlijk durven worden – zeker in het licht van het feit dat het bijna onmogelijk is om het beleid van een politicus goed te beoordelen. Als het al zou kunnen, heb je er gewoon geen tijd voor. Burgers geven in vertrouwen hun mandaat en dat vertrouwen wordt versterkt als je weet waar iemand moreel staat. Bovendien, politici maken als het hun goed uitkomt zelf ook goede sier met hun privé-leven. Kok koketteerde met zijn armoedige jeugd om daarmee zijn standpunten boven discussie te verheffen: hij was rechtvaardig.”

Ten Hooven: “Ik ga een eind mee, vanwege mijn verhaal over gezag. Oudkerk is terecht weggestuurd: als hoerenloper ondergroef hij het gezag dat bij zijn functie past.”

Van Bommel: “Hier gelden de grenzen van de wet. Oudkerk hoefde van mij niet weg vanwege hoerenbezoek, wel als hij, wat het verhaal was, naar illegale prostituees zou zijn geweest.”

Het woord populisme valt de laatste jaren steeds vaker, meestal als waarschuwing of als beschuldiging. Hoe reëel is het gevaar van populisme?
Van Zoonen: “Eerst een kanttekening. Populisme wordt gezien als iets slechts en dat is echt een vergissing. De slechte reputatie komt doordat populisme de laatste 20 jaar is gaan samenvallen met extreem-rechtse politiek. Als je echter kijkt over een langere periode, dan zie je dat er ook een respectabele links-populistische geschiedenis is.

En dan een antwoord op je vraag. Populisme ontstaat op een andere manier. Politiek moet enerzijds heel praktisch dingen regelen en anderzijds dromen over een betere wereld in stand houden. Die twee functies moeten in balans zijn en populisme komt op als een van die twee de overhand krijgt. Dat was het geval onder Paars, toen politiek doorsloeg naar het regelen. Fortuyn kwam op dankzij Paars. Zijn stijl was die van een populist, met uitspraken als: ‘ik spreek namens het volk’, ‘at your service’, etc. Hij kreeg de kans omdat de politiek verzaakte.”

Van Bommel: “Dat betekent dat er nu veel ruimte is voor populisme. Dit kabinet laat door met name het nieuwe zorgstelsel mensen aan de onderkant keihard in de steek.”

Van Zoonen: “Ik zie niet in waarom dat populisme in de hand werkt. Dat zou het geval zijn als zowel links en rechts niet functioneert. Anders dan onder Paars zijn er nu wel politieke tegenstellingen. Waarom zouden die arme teleurgestelde mensen niet naar de gewone linkse partijen gaan?”

Van Bommel: “Ook aan de linkerkant kunnen populistische partijen op komen. Na de ellende van Paars, nu de ellende van Balkenende.”

Van Zoonen: “Je staat al klaar, zo te horen.”

Spreeuwenberg: “Ik vind de SP een populistische partij en dat is een compliment. Het is toch prettig dat er in de Tweede Kamer partijen zitten die een beetje cynisch zijn over de elite.”

Ten Hooven: “De Tweede Kamer heeft een vooraanstaand lid dat zichzelf met trots een sociaal-democratisch populist noemt: Wouter Bos. Hij doet dat in navolging van zijn Vlaamse collega Steve Stevaert. Bos’ bijdrage aan de laatste algemene beschouwingen droeg alle kenmerken van een populist: zeggen dat hij de wil van het volk verwoordt, maar niet zeggen wat de PvdA zelf eigenlijk vindt. Hij maakt zich daarmee ongrijpbaar.”

Spreeuwenberg: “Bos baseert zijn standpunten op focusgroepen, maar is dat een kenmerk van populisme? Ik ben het eens met Liesbet dat populisme niet slecht is. SP is een populistische partij omdat het een bottom-up partij is, werkt vanuit het volk. De andere partijen zijn bijna allemaal regenten. Bos is een goede campaigner, maar dat is wat anders dan een overtuigde populistische grondtoon hebben.”

Van Bommel: “Ik herken me niet in jouw beeld van de SP. Wij zijn niet anti-elite, we zijn zelf deel van het establishment. We hebben ook geen anti-politieke houding, en we doen niet wat het volk zegt. Bijvoorbeeld: de SP was tegen de Kosovo-oorlog, terwijl de grote meerderheid van de Nederlanders voor ingrijpen was. Als we populistisch waren, zouden we onze bewaren ingeslikt hebben.”

Van Zoonen: “Dit is tekenend. De term is zo besmet geraakt dat daardoor het denken over het begrip blokkeert. De partijen die kenmerken ervan hebben, willen niet zo genoemd worden en zodoende niet over fatsoenlijk populisme nadenken. Heel jammer. Zodra je iets in die richting doet, word je al nagewezen. Als Bos zijn eigen PvdA, die twee jaar terug alleen nog maar een kaderpartij was, weer naar de basis wil brengen, dan krijgt hij onmiddellijk verwijten van populisme en dat hij zelf zogenaamd geen visie heeft.”

Is de politiek in omliggende landen leuker?
Van Bommel: “Nee hoor, het is hier leuk genoeg. Europa is opeens een debat geworden, dat referendum was toch een geweldig succes?”

Van Zoonen: “Niet mee eens.”

U bent tegen referenda?
Van Zoonen: “Je moet het volk nooit laten spreken. Haha. Even serieus, nee, het past niet in ons systeem, het is een noodgreep die niet nodig zou moeten zijn. Al die bestuurlijke vernieuwing, zoals de burgemeesterverkiezingen enzovoort, geloof ik niet in. Vergroting van de betrokkenheid kan niet komen vanuit structuurveranderingen, maar vanuit de cultuur. Mensen moeten zich betrokken kunnen voelen.”

Ten Hooven: “Als politici hun rollen goed spelen is politiek prachtig theater. Twee politici uit het verleden die dat uitstekend beheersten waren Theo Joekes van de VVD en Anne Vondeling van de PvdA. Ik herinner me een debat in de Tweede Kamer waarin Vondeling als woordvoerder van de oppositie het kabinetsbeleid bekritiseerde en zijn speech afsloot met een dodelijk citaat van Shakespeare. Joekes kende het toneelstuk waaruit Vondeling citeerde en interrumpeerde dat Vondeling de laatste regel vergat. Op luide toon declameerde hij: ‘Dit was het verhaal van een gek, vol met ruis en geblaas’. Daarmee was het hele betoog van Vondeling weggevaagd.” 

Van Zoonen: “Dat vind jij mooi, en ik ook. Maar Shakespeare is voor velen ouderwets. Ik zou willen dat politici mensen citeerden zoals, nou ja, Ali B ligt te veel voor de hand, Bob Dylan is eigenlijk ook te oud, ….”

Van Bommel: “Bono, de priester politicus.”

Van Zoonen: “Juist. Shakespeare was in zijn tijd een volksdichter en is hoge cultuur geworden en die mag je wel citeren, maar als iemand citeert uit het verzameld werk van Ron Brandsteder is het niet goed. Ik zeg: politici moeten hedendaagse bronnen van populaire cultuur inzetten voor hun verhaal, om aan te sluiten bij hun publiek.”

Van Bommel: “En nu moet ik even mijn oppas bellen, anders gaat er iets mis.”

Van Zoonen: “De politicus wordt privé-persoon! Kan dit er in?”

Journalistiek onderzoeker.
Alle artikelen