Plato in Nederland

Interview met Mark Bovens

Er is geen kloof tussen burgers en politiek, maar wel een tussen burgers. Hoogopgeleide burgers hebben veel vertrouwen in de politiek, lager opgeleiden hebben geen vertrouwen en dat is begrijpelijk, omdat ze niet vertegenwoordigd worden door hun ‘eigen’ mensen. Een gesprek over diplomademocratie, populisme en directe democratie.

Jarenlang leerde hoogleraar bestuurskunde Mark Bovens aan zijn studenten dat de ideale staatsvorm van Plato, zoals hij die beschrijft in de Politeia, dé vijand is van ons democratische ideaal. Wij geloven in lekenbestuur, dat wil zeggen dat elke burger deel kan hebben aan het bestuur van het land, terwijl Plato pleitte voor een staat die wordt bestuurd door een streng geselecteerde elite van mannen en vrouwen met de hoogste academische kwalificaties. Totdat hij nader onderzoek deed naar onze democratie. Tot zijn eigen schrik moest Bovens toegeven dat onze democratische praktijk verrassend veel op Plato’s ideale staat lijkt. Bovens: “Staatsrechtelijk gezien mogen we dan lekenbestuur hebben, daarbinnen zie je de dominantie van een hoogopgeleide groep mensen”

Dit inzicht beschreven Mark Bovens en Anchrit Wille al eerder in een lijvig Engelstalig rapport, nu komt er binnenkort ook een naar zij hopen toegankelijk en leesbaar Nederlands boek uit. Hierin wordt ‘de diplomademocratie’ – de aanduiding die zij kozen voor een moderne, Platoonse meritocratie -  uitvoerig gedocumenteerd en geanalyseerd. “In een diplomademocratie is de macht aan de burgers met de hoogste diploma’s.”

Wie het boek leest, komt door de opeenstapeling van materiaal in de ban van dit op zich niet zo opzienbarende feit. Er tekent zich een beeld af van een land dat grote groepen lager opgeleiden feitelijk van deelname aan het bestuur uitsluit. In zijn Utrechtse instituut voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap leggen we Bovens de vraag voor welk licht deze analyse werpt op het feit dat linkse partijen maar geen winst boeken met hun democratiseringsidealen, terwijl deze meer en meer opduiken bij rechtse en populistische partijen.

“De laatste decennia zijn we teveel uitgaan van een verheven idee van burgerschap. Veel vormen van democratische vernieuwing, zoals interactieve beleidsvorming en burgerpanels, zijn, impliciet of expliciet, gebaseerd op een model van competent burgerschap dat in feite vooral past bij zeer hoog opgeleide burgers. Daarbij gaat men ervan uit dat burgers voldoende geïnformeerd zijn over politiek, hun eigen belang als individu en groep begrijpen, in staat zijn om doordachte politieke opinies te ontwikkelen en dat ze deze door politieke participatie naar voren kunnen brengen.

Dit ideaal van de geïnformeerde, betrokken en competente burger zie je wel terug bij de gemiddelde GroenLinks en D66 stemmer. Zij hebben het intellectueel kapitaal, de bereidheid en de vaardigheden om mee te doen. Voor hele grote groepen lager opgeleide kiezers geldt dit niet. Ze willen wél af en toe laten zien dat ze er ook nog zijn en ze willen ook 'nee' kunnen zeggen.

Het Europese referendum was hier een mooi voorbeeld van. Dit was de eerste keer dat anderen dan deskundigen zich over de EU konden uiten en ‘nee’ konden zeggen. Het is dan te simpel om te beweren dat ‘die kiezers het niet begrijpen’. Dat nee zeggen was niet irrationeel of omdat ze het niet snapten. Voor laagopgeleiden is Europa bedreigender dan voor hoogopgeleiden. Die laatste hebben vooral voordeel van open grenzen want dankzij de EU kunnen ze overal studeren en is hun arbeidsmarkt verruimd. Voor veel laagopgeleiden is de arbeidsmarkt juist krapper geworden omdat ze concurrentie ondervinden uit lage-lonen landen en hun banen ingenomen worden door arbeidsmigranten uit nieuwe lidstaten. ”

Is de afname van belangstelling bij links voor democratische vernieuwing dan te wijten aan angst voor de frustratie van de laagopgeleiden?
“Mogelijk, al heeft die afname in de eerste plaats te maken met vermoeidheid. D66 is al 44 jaar bezig om referenda in Nederland te krijgen en steeds opnieuw lukt het niet om de grondwet te wijzigen. Het idee bestaat dat het nu ook niet meer gaat lukken.

Het is geen toeval dat de opkomst van de diplomademocratie gevolgd wordt door de opkomst van populistische partijen en dat de LPF, TON en nu de PVV voorstander zijn van directe democratie. . Deze populistische partijen trekken vooral laag opgeleide kiezers en voeren campagne met thema’s die voor hen belangrijk zijn. Daarmee geven ze stem aan de laagopgeleide kiezer. Laagopgeleiden zijn, veel meer dan hoogopgeleiden, voorstander van referenda en gekozen bestuurders. Dat de populistische partijen die traditionele idealen van links hebben overgenomen, heeft de linkse partijen ongetwijfeld kopschuw gemaakt. Er is sprake van een nieuwe tegenstelling in de politiek. Waar deze eerst langs links-rechts lijnen liep, loopt hij nu kosmopolitisch versus nationalistisch. 

Bovens en Wille schetsen in hun boek twee scenario’s. Volgens het ene, pessimistische, richten populistische partijen en hun aanhang zich tegen de parlementaire democratie en de rechtsstaat, zoals dat in de jaren dertig gebeurde. Het andere is positiever en wordt door de auteurs het meest waarschijnlijke genoemd. De opkomst van populistische partijen is dan vooral een correctie op de eenzijdige politieke agenda van de afgelopen decennia, de programmapunten van de nieuwe populistische partijen zullen in gematigde vorm worden overgenomen door de bestaande politieke partijen en ook zullen de nationalistische nieuwkomers zich gematigder gaan opstellen en zich voegen in het parlementaire stelsel. In dit scenario corrigeert het politieke systeem zichzelf en is de nieuwe scheidslijn geen frontlinie. Voorwaarde voor dit scenario is wel dat er in de politiek meer ruimte komt voor laagopgeleiden, onder meer door invoering van meer vormen van directe democratie.

Bovens: “Directe vormen van democratie zijn heel egalitair. De stemmen van alle burgers tellen in de stembus even zwaar, wat in andere vormen van democratie niet het geval is. Al rijzen er nog wel vragen over hoe je bijvoorbeeld referenda inricht. Lager opgeleiden komen bijvoorbeeld minder vaak opdagen bij de stembus en ook niet alle vraagstukken lenen zich voor referenda.

Nederland is één van de weinige landen waar nauwelijks referenda zijn. Het referendum is niet opgenomen in onze grondwet en in alle andere landen om ons heen wel. Soms zitten er referendavoorstellen tussen die je liever niet had, zoals het minarettenverbod in Zwitserland, maar ook dat is democratie. Over het algemeen werkt het gewoon goed en voelen mensen zich verantwoordelijk. Waarom we in Nederland dan nauwelijks referenda hebben? Onze grondwet is heel rigide, bijna niet te wijzigen. Daarvoor is tweederde meerderheid nodig, maar er is altijd een grote minderheid die ergens tegen is. Veranderingen gaan bijna altijd via ongeschreven staatsrecht, via ongeschreven regels. De facto hebben we een door de gemeenteraad gekozen burgemeester, maar formeel is het nog een kroonbenoeming. Dat heeft D66 dus gewoon gewonnen. Maar dit is niet vastgelegd in de grondwet, wel in de ongeschreven praktijk.”

En is personendemocratie wat u betreft ook een manier om laagopgeleiden weer meer bij het bestuur te betrekken?
“Inderdaad. Je ziet ook dat laagopgeleiden meer dan hoger opgeleiden voorstander zijn van rechtstreekse verkiezing van bestuurders. Dat is begrijpelijk, want het geeft hen een even grote stem als hoog opgeleiden en dwingt politieke partijen en kandidaten om in ieder geval met hun belangen en wensen rekening te houden. Je kunt bang zijn voor een spektakeldemocratie en voor populisme, maar als je wat aan de diplomademocratie wilt doen, dan zeggen wij dat er meer gebruik gemaakt moet worden van stemmingen om deze mensen letterlijk een stem te geven.”

Is het volgens dit scenario een goed idee als de PVV gaat meeregeren? Helpt dat om de kloof tussen laag- en hoogopgeleiden te overbruggen?
“Het helpt in ieder geval de groep kiezers die zich niet gehoord voelt door de gevestigde partijen het gevoel te geven dat ze er toe doen. Partijen als LPF, TON, SP en PVV geven meer dan voorheen expliciet stem aan laagopgeleiden en ze vergroten hun zichtbaarheid in de politiek.

Je ziet dat er ten aanzien van populistische partijen in Europa twee strategieën gevolgd worden.

Ten eerste het cordon sanitaire zoals in België. Het Nederlandse scenario is er een van coöptatie, insluiting. Dit werkte voor de LPF, want die ging er in zekere zin aan ten onder. Als Wilders nu uitgesloten zou worden verwacht ik dat het aantal stemmen voor hem alleen maar omhoog gaat. Er bestaat dan een risico op verdere radicalisering, al zou het me verbazen als we in Nederland het pessimistische scenario zouden krijgen. Wilders is namelijk een parlementariër pur sang. Het parlement is zijn platform.

De politieke agenda van de PVV richt zich sterk op de lager opgeleiden. Op sociaal-cultureel gebied is Wilders heel nationalistisch. Maar op sociaal-economisch gebied is hij naar links gegaan. De SP heeft dezelfde combinatie; sociaal-cultureel gezien rechts, sociaal- economisch links. Wilders is voor een deel in het gat gesprongen dat is opengelaten door de PvdA, die geen helder verhaal heeft over immigratie en integratie. Maar ook bij het CDA en de VVD ontbreekt het hieraan en electoraal hebben ze daar last van. Bij de VVD zijn de nationalisten met Verdonk en Wilders de partij uit gegaan en de kosmopolieten zijn achter gebleven. Rutte zie je nu dan ook naar rechts schuiven. Het CDA heeft de afgelopen jaren altijd de mond gehouden. De partij heeft zich nooit aan integratievraagstukken willen branden, want men heeft een soortgelijk probleem tussen lager en hoger opgeleiden. Dat zie je bijvoorbeeld aan de recente kwestie rondom het meeregeren van de PVV. Kosmopolieten als Veerman, Lubbers, Van Agt en Wijffels maken hiertegen bezwaar, terwijl mensen uit de lagere regionen van het CDA de stap wel willen wagen..”

U spreekt van populisme als politieke emancipatie van laagopgeleiden: zij worden zichtbaar en krijgen een stem. Dat lijkt niet te gelden voor laagopgeleide migranten.
“Je ziet dat de laagopgeleide migranten, voorzover ze stemmen,  vooralsnog op de traditionele volkspartijen, zoals de PvdA stemmen. De sociaal-economische achterstelling is voor hen nog altijd belangrijker dan de culturele kwesties, bovendien richten die zich voor een deel ook tegen hen. Ik sluit echter niet uit dat over een aantal jaren met name Surinaamse laagopgeleiden wel degelijk PVV gaan stemmen. Zij zetten zich weer af tegen de nieuwkomers uit Noord-Afrika.” 

Welke rol hebben de media? Vaak krijgen ze een prominente rol toegedicht in de opkomst van het populisme, terwijl u in uw boek nauwelijks aandacht aan ze besteedt.
“Inderdaad ontbreekt dit in ons boek. Misschien iets voor een volgende druk. Ik geloof niet dat de media de oorzaak zijn van populisme, ze vergroten alleen wat er al is. Populisme is zowel een beweging, een ideologie, als een stijl. Populisme maakt gebruik van veel retoriek en een charismatische politieke stijl. Televisie is daarvoor een handig medium.

Je zou kunnen zeggen dat televisie in een democratie ook in het bijzonder de taak heeft visies van burgers van alle klassen en opleidingsniveaus weer te geven. Maar geldt dat ook voor het bestuur? Is daar deskundigheid en dus opleiding niet van groot belang?
Er moeten mensen zijn die zich verantwoordelijk voelen en denken te weten waar het met het land heen moet. Er is een grote behoefte aan deskundigheid in politiek en bestuur. Daar had Plato gelijk in. Maar wat Plato over het hoofd zag, is dat er een verschil bestaat tussen beleidsvorming en beleidsuitvoering. In een democratie bepalen de leken op voet van gelijkheid de koers. Vervolgens is het aan de deskundigen en experts om het uit te voeren. Hoogopgeleiden zijn voor de agendavorming niet perse beter geschikt. De vraag waar het naar toe moet met Nederland kan niet alleen overgelaten worden aan hoogopgeleiden.”

Mark Bovens en Anchrit Wille, Diplomademocratie,  Amsterdam, Bert Bakker.

Organiser bij de FNV. Voormalig stagiair bij Bureau de Helling (2010).
Alle artikelen
Onderzoeker en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit. Oud-hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen