Ongelijkheid in Europa

In Zuid-Europa neemt de armoede toe. Veel mensen verliezen hun baan, soms zelfs hun huis. De bestaansonzekerheid is groot en er is voorlopig weinig perspectief op verbetering. In Noord-Europa is de situatie veel beter. De ongelijkheid neemt toe. Wat is daarop het antwoord? Een interview met Fintan Farrell, directeur van het Europees Anti-Armoede Netwerk (EAPN).

De bankencrisis is inmiddels een diepe economische crisis geworden, die mensen direct in hun bestaan raakt. De Europese overheden staken zich in de schulden om de omvallende banken te redden. Tegelijkertijd kregen ze minder geld binnen door de overdracht van kapitaal van de publieke naar de private sector. De strenge bezuinigingsmaatregelen verergeren de zo ontstane schuldencrisis. Van verschillende kanten klinkt hiertegen protest: er is een grote omwenteling nodig in de Europese politiek. Romuald Jadgodzinski, adviseur bij het Europees Vakbondsinstituut en Jean Lambert, lid van het Europees Parlement namens de Europese Groene Partij, concludeerden onlangs tijdens een debat dat de ongelijkheid in Europa zowel een oorzaak als een gevolg is van de crisis. Fintan Farrell is directeur van het Europees Anti-Armoede Netwerk (EAPN). Deelt hij deze analyse?

Fintan Farrell: “Zeker. Al vanaf het begin van het EAPN, 22 jaar geleden, waren wij van mening dat de strijd tegen armoede sterk verbonden is met de strijd voor een rechtvaardige samenleving. Wij willen niet alleen speciale maatregelen tegen armoede, maar een samenleving die zorgt voor een goed leven voor iedereen. Zo’n samenleving zou meer egalitair moeten zijn dan de huidige. Dat is de stelling die wij verdedigen. Al een aantal jaren doen wij werk dat niet alleen gericht is op armoede, maar ook op rijkdom en ongelijkheid. Het boek The Spirit level van Kate Pickett en Richard Wilkinson uit 2009 bracht deze discussie onder de aandacht van een breed publiek. Veel politieke groeperingen die zich bezig houden met ongelijkheid richten zich vooral op het sociale vangnet in plaats van op het systeem als geheel. Wat ons betreft schiet zo’n benadering ernstig tekort, want ongelijkheid is immers ingebed in de samenleving als geheel. De ongelijkheid heeft geleid tot de crisis waar we nu in zitten. Wereldwijd hebben we te maken met mate van ongelijkheid die we voor het laatst in de jaren dertig van de vorige eeuw hebben gezien. En dat is een enorme stap terug.”

 

Geldt dit voor alle landen in Europa, of alleen voor sommige?

Het geldt voor de meeste landen in Europa, inclusief Scandinavië waar traditioneel meer maatschappelijke gelijkheid bestaat. De ongelijkheid neemt overal toe en overal worden besluiten genomen waaruit blijkt dat meer ongelijkheid geaccepteerd wordt. In de campagne voor de laatste Zweedse verkiezingen was economische groei overduidelijk het belangrijkste thema; daarover maakte men zich meer druk dan over een groeiende ongelijkheid. Ik heb het vooral over uitspraken van de minister-president en zijn partij, die herkozen werd. Het toestaan van meer ongelijkheid is een politieke keuze. De vraag is: welk ontwikkelingsmodel streef je na?”

 

Wanneer wordt de groeiende ongelijkheid tot een acuut probleem?

Dat is het al, al zijn velen in Noord en West-Europa zich daar nog niet van bewust. Bezuinigen is nu alom het motto. Dit heeft de ongelijkheid overal enorm bevorderd. In een aantal Europese landen spreken we inmiddels over een humanitaire crisis. Portugal en Spanje kampen met een verdrievoudiging van mensen die aangewezen zijn op voedselbanken. In Griekenland is het arbeidsrecht bijna volledig verlaten: er zijn daar mensen die naar het werk gaan zonder betaald te krijgen. In Bulgarije liggen de officiële armoedecijfers rond de 25 procent, maar als we uitgaan van andere gerespecteerde indicatoren van armoede en sociale uitsluiting dan zou het armoedecijfer daar eerder rond de 73 procent komen te liggen. Dit is een realiteit die in Europa niet op een solidaire reactie kan rekenen. Griekenland deed er vele lange jaren over om een hoog staatsschuld op te bouwen, dat was het gevolg van kapitaalvlucht vanuit de publieke naar de private sector. Maar de huidige bezuinigingsmaatregelen hebben er in iets meer dan twee jaar tijd voor gezorgd dat die schuld verdrievoudigd is. Het is dus ongelooflijk dat de Troïka (het comité van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat de onderhandelingen voert met lidstaten van de EU met financiële problemen) klaagt over de opbouw van publieke schuld, terwijl zij zelf verantwoordelijk is voor de toepassing van financiële beleidsmaatregelen die de schuld in extreem korte tijd gigantisch heeft verhoogd. De levensvatbaarheid van Griekenland als land wordt precair, net als de levens van de Grieken.”

 

Daar komt bij dat privé schulden in Europa een groot probleem vormen.

In het verleden werd het maken van schulden aangemoedigd, terwijl het op voorhand al lang duidelijk was dat veel mensen in de problemen zouden komen met het terugbetalen. Er is dus inderdaad een groot probleem met betrekking tot persoonlijke schulden. Er is een binnen het EAPN een gespecialiseerde afdeling, het Europese Consumenten Schulden Netwerk, dat zich bezighoudt met dit thema. In sommige landen is er veel betere wetgeving dan in andere landen die mensen helpt die in de schulden zitten. Het is te gemakkelijk die mensen zelf de schuld te geven van hun schuldprobleem. Het is immers een rechtstreeks gevolg van het economische groeimodel dat gericht is op ‘kopen, kopen en nog eens kopen’. Dat is geen levensvatbaar model meer. We moeten meer fiscale discipline aan de dag leggen en we kunnen niet meer enorme publieke schulden maken, maar we moeten deze veranderingen wel langzaam doorvoeren. De shocktherapie die op Griekenland is uitgeprobeerd heeft een desastreuze impact gehad. We zouden meer zoiets moeten hebben als een Marshallplan voor Griekenland, met meer aandacht voor de sociale aspecten en meer tijd om de noodzakelijke grote veranderingen door te voeren.”

 

Hebben we op dit moment een noodprogramma nodig of zijn er juist meer structurele en lange termijn maatregelen nodig om de humanitaire crisis in deze landen het hoofd te bieden?

Een noodprogramma is zeker nodig, maar veel lidstaten wijzen dat af. Maar een noodprogramma zal het probleem niet oplossen. Daartoe zou je eerst de werkelijke oorzaken van de crisis moeten erkennen, namelijk de huidige onhoudbare vorm van kapitalisme, die wordt gefaciliteerd door hedgefondsen, de handel in derivaten en belastingparadijzen. Gezamenlijk zorgden zij voor de kapitaalvlucht vanuit de publieke naar de private sector. Niemand dacht na over de sociale gevolgen hiervan. Sterker nog, er was sprake van een totaal gebrek aan respect voor sociale inzichten, of die nu afkomstig was van sociale wetenschappers, NGO’s of mensen met ervaring op het gebied van armoede. Neem bijvoorbeeld het rapport van Wim Kok uit 2004 dat het verdrag van Lissabon onder de loep nam en concludeerde dat dit niet zou werken. Er was echter niemand in die groep met enige vakkennis op het gebied van een sociaal Europa. Wat er nu juist wel werkte van de agenda van Lissabon was de strategie van sociale binding. Het resultaat hiervan is dat we sinds 2005 geen enkel oog hebben gehad voor de sociale binding in Europa. Een sterke strategie voor sociale binding op lokaal, nationaal en Europees niveau is mijns inziens een belangrijk onderdeel van de oplossing van het probleem. Maar helaas is er geen politieke meerderheid voor deze aanpak, met als gevolg dat het vertrouwen in de Europese instituties overal in Europa verder afnemen. Er moet iets gebeuren om mensen weer vertrouwen te geven in het Europese project. Daartoe is een andere politiek nodig.”

 

Maar als er niet genoeg politieke steun is voor een ander beleid, bestaat er dan geen noodzaak voor een reactie vanuit sociale bewegingen?

Wat we nu nodig hebben zijn mensen die het Europese sociale model van herverdeling en sociale zekerheid willen en kunnen verdedigen. De voorzitter van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, verklaarde dit model in 2012 dood (Wall Street Journal 24 februari). Wat hij hiermee precies bedoelde is een beetje onduidelijk, maar het is wel een onacceptabele visie op de toekomst van vele Europeanen. We moeten de mensen uit verschillende sectoren die zich over de toekomst van het sociale Europa zorgen maken, bijeenbrengen. En die zijn tegenwoordig zelfs te vinden binnen de politie. Daar maakt men zich ernstige zorgen over de veiligheid en rechtshandhaving. In verschillende landen zijn extreem rechtse bewegingen opgestaan. Europa is niet immuun voor geweld. We moeten onze lessen hieruit trekken. Hoewel er geen politieke meerderheid is die af wil van het beleid van bezuinigingen, is men zich er wel van bewust dat er een oplossing moet komen.”

 

Er ontstaan intussen nieuwe ideeën over welzijn en gemeenschap. Die gaan steeds meer weg van het bezit van goederen, en zijn steeds meer gericht op de toegang tot publieke goederen zoals onderwijs, gezondheidszorg, cultuur, publieke diensten enzovoort. Hoe kijkt u hier tegenaan vanuit het perspectief van het Europees Anti-Armoede Netwerk?

Er gaapt een groot gat tussen deze ideeën en de praktijk van het politieke besluitvormingsproces. Maar het debat over bijvoorbeeld het bruto nationaal product, dat behalve door inkomen bepaald zou moeten worden door zaken als welbevinden en geluk is wat mij betreft belangrijk. De gezondheid van een maatschappij wordt hierdoor beter meetbaar. Daarnaast vind ik dat het huidige, op groei gebaseerde, model niet meer houdbaar is en dat dit model slecht is voor zowel de mensen als de planeet. We moeten anders gaan denken over het concept groei. We moeten bijdragen aan een politieke agenda die ons wegleidt van de desastreuze situatie waarin we ons momenteel bevinden. Richard Wilkinson bijvoorbeeld zou graag willen dat minister presidenten elkaar in de toekomst voortaan als eerste zullen vragen: “hoe gaat het met jullie ongelijkheidscijfer?”. Dit is het soort samenleving waarnaar wij streven.”

 

Dit artikel verscheen eerder in de Green European Journal. Het is uit het Engels vertaald door Jelle van den Bogaard. Lees het Engelse origineel in de Green European Journal.

 

Literatuur

Richard Wilkinson en Kate Pickett, The Spirit Level. Why Equality is Better for Everyone, Allen Lane, 2009.

 

1960-2015. Hoofdredacteur van de Green European Journal van zijn oprichting in 2010 tot 2015.
Alle artikelen