Moslimbroeders

Egypte tussen autocratie en politieke islam

De verrassende winnaar van de recente verkiezingen in Egypte waren de Moslimbroeders. Een fundamentalistische partij met een geweldadige reputatie die zich nu in retoriek en in praktijk voegt naar de democratische spelregels. Onder de leus ‘Islam is de oplossing’.

De Egyptische parlementsverkiezingen vonden plaats gedurende drie rondes tussen oktober en december 2005. Opvallend was de lage opkomst – in sommige gebieden bleef het opkomstpercentage zelfs onder de 25 procent steken, zoals in Cairo, waar slechts 10 procent van de stemgerechtigden de weg naar het stemlokaal vond. Maar nog opmerkelijker was de opkomst van de Moslimbroederschap. Daar waar seculiere partijen ronduit faalden, sleepten de orthodoxe Moslimbroeders bijna 20 procent van de stemmen binnen, een overwinning die vriend en vijand heeft verrast. Voor het eerst in hun bestaan kunnen de Broeders bij de verkiezingen in 2010 een presidentskandidaat voordragen.

De in 1926 opgerichte Egyptische Moslimbroederschap is de oudste beweging in het Midden-Oosten die tot de politieke islam kan worden gerekend – en ontwikkelingen binnen de Broederschap hebben nog altijd een uitstraling op het hele Midden-Oosten. Officieel is de partij sinds 1954 verboden, waardoor de Broeders zich als onafhankelijke kandidaten voor deze verkiezingen hebben moeten laten registreren. Desondanks liep de campagne van de Moslimbroederschap opvallend open, soms zelfs onverholen met de weinig aan de verbeelding over latende verkiezingsleus ‘Islam is de oplossing’.

Zonder incidenten verliepen de verkiezingen niet. In steden waar Broeders en oppositie op een verkiezingsoverwinning afstevenden, greep een gealarmeerde overheid hard in – in totaal vielen tijdens de drie verkiezingsrondes tien doden. Het laveren tussen gedogen en repressie is kenmerkend voor het Egyptische regime, dat zich in een lastige positie bevindt. Ze kan niet langer om de populaire Moslimbroeders heen en heeft hen deze verkiezingen ongekend veel vrijheid gegund, misschien mede onder de druk van buiten om te democratiseren. Tegelijk is het voor de Broeders altijd afwachten hoever ze kunnen gaan. Of, zoals een Moslimbroeder het tijdens de verkiezingscampagne verwoordde: “Het is niet de vraag hoeveel stemmen we gaan halen, het is de vraag hoeveel stemmen we van de regering mogen krijgen.”

Aanslag

Een belangrijke reden voor het electorale succes van de Broeders is hun sociale werk. Voor scholing, ziekenhuisbezoeken en financiële steun kunnen veel Egyptenaren bij de Broeders terecht. Het omvangrijke en efficiënte liefdadigheidsnetwerk van de Broeders is volgens Robbert Woltering, verbonden aan het Institute for the Study of Islam in the Modern World (ISIM) in Leiden, van groot belang voor arme Egyptenaren. “Voor diegenen die niet genoeg geld hebben om te trouwen – een dure bezigheid in Egypte – betalen de Broeders je bruiloft en regelen ze een huis voor je.” De seculieren laten het op dit punt afweten, meent Woltering. “De Broeders hebben veel meer contact met hun aanhang dan seculiere partijen, die vaak geassocieerd worden met het regime omdat velen van hen zijn gecoöpteerd door de regering, of in de loop der jaren gecorrumpeerd zijn geraakt. En, je mag het van veel mensen niet zeggen, de politieke apathie is groot onder Egyptenaren.” Met als uitzondering de Moslimbroeders, die kiezer wel weet te mobiliseren.

De angst bij de overheid voor en de onderdrukking van de Broeders heeft met de historische ontwikkeling van de beweging te maken. Tot aan het begin van de jaren vijftig bewandelden de Broeders de parlementaire weg om hun politieke en sociale opvattingen te kunnen realiseren. Die ideeën kunnen ook dan al als salafistisch worden beschouwd; een soennitische orthodoxe opvatting van de Koran die alleen uitspraken van de Koran zelf, de eerste vier Kaliefen en Mohammed als gezaghebbend beschouwt en die richtlijnen strikt naleeft.

Halverwege de jaren vijftig radicaliseerde de beweging. Volgens een aantal onderzoekers, zoals de vermaarde socioloog Saad Eddin Ibrahim en politicoloog Nazih Ayubi, zijn de Broeders geradicaliseerd door een politieke clash met de toenmalige Egyptische president Gamel Abdel Nasser. De politieke rol die voor de Broeders leek te zijn weggelegd, eindigde in een deconfiture voor de Broeders toen ze massaal werden opgepakt, mede op verdenking van het beramen van een aanslag op Nasser – een beschuldiging die de Broeders overigens altijd van de hand hebben gewezen. Veel van deze Broeders radicaliseerden in de gevangenis en verwierven een martelaarsstatus bij aanhangers. Onder toenemende invloed van prominente radicale denkers zoals de in de gevangenis gestorven Sayyid Qutb, ontwikkelden de Broeders zich tot een beweging die de bestaande politieke orde omver wilde werpen en een islamitische heilstaat wilde vestigen.

Excuses

De Broeders werden vanaf die tijd gezien als staatsgevaarlijk en in de daarop volgende decennia geassocieerd met diverse terreuraanslagen van militante afsplitsingen van de Broederschap. Een van de meest bekende terreurdaden waar de Broeders van oudsher mee in verband worden gebracht is de moord op president Anwar Sadat in 1981, vlak nadat deze een vredesovereenkomst met Israël had getekend. De grofste uitbarsting van terroristisch geweld vond plaats in Luxor in 1998, waarbij meer dan 200 toeristen werden vermoord. Maar zowel Robbert Woltering als Hugh Roberts, Directeur Egypte en Noord-Afrika voor de International Crisis Group (gestationeerd in Cairo), zijn ervan overtuigd dat de Broeders ten onrechte met dit geweld worden geassocieerd. “De Broeders worden altijd met veel zaken in verband gebracht waar ze niets mee te maken hebben”, aldus Woltering. Volgens hem zijn afsplitsingen van de Moslimbroeders “niet voor niets afgesplitst. Die afsplitsingen zijn inmiddels gestopt, hebben openlijk hun excuses gemaakt en zelfs Sadat tot Shahid, martelaar, uitgeroepen.” Woltering is van mening dat de Broeders niets met deze terreurdaden te maken hebben gehad.

Hugh Roberts onderstreept dit standpunt met nog meer kracht. “De Broeders werken al dertig jaar zonder geweld te gebruiken, en hebben de gewelddadige methoden van militante groepen zoals Tanzim al-Takfir en Jamaa Islamiyyah consequent veroordeeld. Sterker nog, ze hebben een rol gespeeld in het bijbrengen van deze groepen dat geweld verkeerd is, bijvoorbeeld tijdens gevangenisbezoeken aan de Tanzim al-Takfir in de jaren tachtig en negentig.” Maar hoe de Broeders zich informeel tot deze radicalere en gewelddadige bewegingen hebben verhouden, en of er een uitwisseling van activisten heeft plaatsgevonden, is onduidelijk.

Kleding

Hoewel misschien niet gewelddadig, radicaal islamitisch was het Broederschap wel. De laatste jaren echter hebben de Broeders zich een nieuw, democratisch discours aangemeten en zich afgekeerd van het Qutbiaanse gedachtegoed. Maar kan een partij met zo’n radicaal ideologisch verleden wel democratisch worden?

Er is weinig bekend over de interne huishouding van de broeders. Het lijkt erop dat binnen de Broederschap de nodige discussies over de te nemen koers bestaat. Vooral tussen de oudere en jongere garde, welke laatste de naam heeft veel pragmatischer te zijn, bestaan verschillen van mening over de politieke koers. Helaas wordt over interne discussies van de Broederschap weinig openheid gegeven, waardoor alleen aan hun optreden valt af te lezen dat er een verandering van toon is. Hugh Roberts: “Je weet nooit of een partij echt oprecht is. Maar we weten wel dat de Broeders hun ideologisch gedachtegoed en doctrine hebben herzien.” Roberts is stellig, volgens hem kunnen de Broeders zelfs niet langer als een salafistische organisatie pur sang worden gezien. “De Broeders zijn afkomstig uit een vroeg-salafistische stroming uit het begin van de twintigste eeuw, maar de betekenis van het woord salafisme is in de loop van de twintigste eeuw drastisch veranderd. Andere, hedendaagse salafistische bewegingen, bekritiseren de Moslimbroeders en beschouwen ze vaak zelfs als afvalligen. Op hun beurt vinden de Broeders dat hedendaagse salafistische bewegingen geobsedeerd zijn door triviale zaken als correcte kleding. Als ‘hedendaagse salafisten’ kunnen de Broeders in elk geval niet worden beschouwd, stelt Roberts.

Toegegeven, ondanks de orthodoxe natuur van de Broeders was er in hun verkiezingscampagne weinig te merken van een openlijk ‘salafistische’ agenda. De Broeders profileerden zich met een sterke democratiseringsagenda. De oplossing is volgens de Broederschap weliswaar islam, maar de nadruk lag op de noodzaak voor een democratisch en transparant Egypte. “Vrije verkiezingen zijn een eerste noodzakelijke stap op het pad van hervormingen dat naar een beter Egypte leidt,” schrijft vice-president van de Moslim Broeders Khairat Al-Shatir ter introductie in zijn column op de Engelstalige website van de Broeders (http://www.ikhwanweb.com/). En: “Er is tengevolge van despotisme en corruptie veel schade toegebracht aan de (democratische) instituties van Egypte. We hebben simpelweg geen andere keuze dan te hervormen.”

Sharia

Een blik op deze website leert dat de PR van de Broeders goed op orde is. Flitsende banners met No Holocaust Denial, naar aanleiding van nogal stevige uitspraken van de voorman van de Broeders over Israël, en stukken over samenwerking met de Koptisch orthodoxe minderheid (die grotendeels bijzonder argwanend tegenover de Broeders staat) geven de indruk van een strak georganiseerde partij. Dr. Mohamed El-Sayed Habib, een prominent partijlid, schrijft op de website dat als de Broeders zouden regeren, hij allereerst publieke vrijheden zou herstellen betreffende de pers, partijen etc., vervolgens vrije verkiezingen zal garanderen om daarna meteen over te gaan tot het herstellen van de scheiding der machten. Daarna verschijnt nog een heel rijtje waarin deze Broeder aangeeft de vrije markt te respecteren en vooral in zaken zoals onderwijs en cultuur te willen investeren. Opvattingen waar je het maar moeilijk mee oneens kan zijn.

Ook is voorzien in een antwoord op de angst voor de Broeders die bij veel westerlingen leeft. “Er is geen noodzaak om bang te zijn voor de Moslimbroeders,” schrijft vice-president Al Shatir op de site. “Wij willen een politieke renaissance bewerkstelligen in Egypte, geworteld in de religieuze waarden waarop de Egyptische cultuur en maatschappij zijn opgebouwd. Het Egyptische politieke leven moet worden gerevitaliseerd zodat burgers kunnen deelnemen aan een echt debat over de oplossingen voor Egypte’s chronische problemen en zodat we kunnen beslissen wat voor soort toekomst we voor ons land willen.” Wat er met die religieuze waarden precies wordt bedoeld en of bijvoorbeeld de invoering van Sharia hier ook onder valt, wordt op de website niet toegelicht. Waardoor het gevoel beklijft niet volledig geïnformeerd te worden.

Het huidige pragmatisme van de kant van de Broeders kan niet alleen worden afgelezen uit hun gematigde politieke boodschap, maar is ook terug te vinden in hun houding tegenover het huidige regime. De Broeders hebben zich tijdens de verkiezingen in grote mate geplooid naar president Mubaraks eisen en zijn niet langer uitsluitend gericht op de omverwerping van het regime, maar willen juist in het politieke systeem worden opgenomen. Eerste man van de Moslimbroeders, Mohammed Akif, licht dit pragmatisme in een interview met de Al-Sharq al Awsat, een internationale pan-Arabische krant, toe. “Wie wil dat Egypte zich ontwikkelt, moet openstaan voor samenwerking met iedereen. Als wij een dialoog met een partij of beweging aangaan en we iets positiefs kunnen bereiken, dan staan wij achter zo’n partij.” Akif gaat nog een stap verder. “Ik ben niet tegen alles wat de NDP [de partij van Mubarak] zegt. Wat is er op tegen om, bij een specifieke kwestie, het met de NDP eens te zijn? Zo lang dit maar in het belang van Egypte is en dit het land vooruit kan helpen, ben ik voor.”

Raadsel

Velen zien de verkiezingszege van de Broeders vooral als een proteststem tegen het regime van Mubarak, een aanname die lijkt te worden ondersteund door het lage opkomstpercentage. Maar of die opkomst ook zo laag zou zijn geweest bij echt democratische verkiezingen, en wat de uitslagen dan voor de Broeders zouden hebben opgeleverd, is niet te zeggen. “De Broeders hebben zich bij deze verkiezingen voor dertig procent van de zetels opgegeven. Als ze zich voor meer zetels zouden hebben gekandideerd, zouden ze geheid een nog grotere overwinning hebben behaald.” Dat is de mening van Hugh Roberts van de International Crisis Group, en hij geeft gelijk aan dat dit ook juist een deel van het probleem is. “Of de Broeders al dan niet oprecht democratisch zijn, is niet de juiste vraag. De vraag is of er voldoende balans in het politieke veld is waarmee de democratische stabiliteit kan worden bewaakt als de Broeders een nog grotere overwinning behalen. Aan die balans ontbreekt het, en dat komt omdat de seculiere oppositiepartijen nog harder worden onderdrukt dan de niet-seculiere Broeders. Het is daarom van groot belang dat de noodwet wordt herroepen zodat alle partijen een kans krijgen.” Roberts doelt op een noodwet waarmee de president 25 jaar geleden de speelruimte voor oppositiepartijen beperkte.

Hoe de verhoudingen in het parlement tussen de sterk aanwezige Broeders en Mubaraks NDP zullen gaan liggen is voorlopig een raadsel. In elk geval is de Broeders niet gevraagd om aan de regering deel te nemen. Het wordt steeds duidelijker dat de NDP moeite heeft met een sterke Broederschap. Mubarak heeft inmiddels besloten om de gemeenteraadsverkiezingen in Egypte twee jaar uit te stellen, om de verdere opmars van de Broeders te stuiten. Dat er in de relatie tussen de nog altijd verboden Broederschap en de NDP de nodige patstellingen zullen ontstaan, lijkt dan ook onvermijdelijk.

Gezien die patstelling is het voor de Nederlandse en Europese politiek van belang een heldere visie te hebben over de opkomst van dit soort islampartijen. Hoe om te gaan met fundamentalistische maar hervormingsgezinde bewegingen? Het is in elk geval problematisch om een groeiende, populaire beweging die niet gewelddadig en wel fundamentalistisch is, maar die zich wel met democratisering bezighoudt, niet serieus te nemen. Woltering acht het bijna onmogelijk dat een partij die al zo langdurig over hervormingen en democratisering praat, daar niets van zou menen. Bovendien, zo redeneert hij, doet de nadruk op democratisering het goed bij het publiek en kunnen ze daar niet gemakkelijk meer van af stappen. “Maar wij hoeven het daarom nog niet eens te zijn met de Broeders. Ik vind de Broeders ook niet geweldig, ik heb meer sympathie voor de niet politieke protestbeweging Kifaya (‘genoeg’). Maar het is een principekwestie. Als je voor democratisering bent, dan heb je een eventuele opkomst van de Moslim Broeders te accepteren, dat is een democratisch risico dat je moet willen nemen.”

Netwerkdirecteur Natuur en Milieu Federaties. Oud-medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen