Je bakt er niks van!

Weerbaar in de media

Verboden helpen niet tegen de uitwassen van de beeldcultuur en de nieuwe media. Beter is het mensen weerbaar en mediawijs te maken.

De ‘playboy-vagina’ is in opmars, net als ‘Grand Theft Auto killings’ en rapnummers met titels als ‘Sletje’ of ‘Poesi Poesi’. Kamerleden Wim van der Camp (CDA) en Jeroen Dijsselbloem (PvdA) roepen al jaren moord en brand over de seksualisering en verruwing van de samenleving. Maar ook feministes nieuwe stijl zoals Sunny Bergman en Stine Jensen hebben zich in het debat gemengd over de invloed van de steeds explicietere populaire cultuur op het gezonde verstand van jonge mensen. Om het tij te keren roepen genoemde kamerleden op tot het instellen van verboden en zien Bergman en Jensen wel iets in zelfregulering. Verbieden leidt echter tot niets in deze tijden van bijna onbeperkte mondiale informatiestromen en de zelfregulerende versie van internet moet nog uitgevonden worden. Het antwoord op hoe we om moeten gaan met een steeds explicietere en alom aanwezige visuele cultuur moet dan ook veel dichter bij huis worden gezocht: bij mensen zelf.

Porno, oorlogspelletjes en provocerende liederen zijn zo oud als de weg naar Rome. Want ondanks vele beschavingsoffensieven blijft de mens gelukkig een seksueel wezen, hebben mannen nog steeds last van hun jagersinstincten en kan een beschaving zonder provocatie niet bestaan. Het is echter te makkelijk om daarmee het huidige debat over het aanscherpen van kijkwijzers, het verbieden van bepaalde videogames en het weren van al te seksueel getinte videoclips als achterhaald te bestempelen. Er is namelijk wel degelijk iets aan de hand.

One click

Dankzij het afbreken van de oude moraal in de jaren zestig en zeventig en de afbraak van de welvaartstaat in de jaren tachtig en negentig hoef je anno 2008 bij de huidige generatie van tieners en twintigers niet meer aan te komen met het concept van de maakbare (en dus regelzieke en moraal opleggende) samenleving. Balkenende mag weliswaar een poging doen en zijn mond vol hebben van waarden en normen, het zijn klassieke normen, geen nieuwe die hij propageert. Daardoor resoneert zijn oproep maar matig bij bijvoorbeeld jongeren, hoewel juist deze groep wel vatbaar zou zijn voor een ‘nieuw stelsel’ van normen en waarden. Bijkomend probleem overigens is dat het steeds moeilijker wordt om zo’n stelsel op te leggen.

Terwijl de afbraak van het traditionele stelsel van normen en waarden plaatsvond, ontstonden er steeds meer verschillende communicatiekanalen en vormen van identificatie mede dankzij mondiale TV zenders zoals MTV, de opkomst van internet en afnemende verschillen tussen landen door de toenemende welvaart. Waar ooit de staat kon bepalen wat mensen wel of niet mochten zien, ondersteund door sociale controle, is dat inmiddels onmogelijk. In de jaren tachtig was het nog best lastig om als veertienjarige aan een pornovideo te komen, maar tegenwoordig is welk pornogenre dan ook ‘one click away’. Zo is ook geweld een steeds explicietere rol gaan spelen binnen onze samenleving. In de populaire jaren tachtig serie ‘The A-Team’ vloeide geen druppeltje bloed en ook het TV-journaal en de kranten waren terughoudend in het tonen van expliciet geweld. Deze vormen van zelfcensuur worden door de huidige media echter niet meer toegepast. De bloederige werkelijkheid op straat komt live de huiskamer binnen en in de wereldwijd meest verkochte videogame “Grand Theft Auto’ kun je behalve gewelddadige opdrachten uitvoeren ook vrij rondlopen en elke gewenste omstander gruwelijk om het leven brengen. De grens tussen fictie en werkelijkheid is dan ook niet meer helder te trekken.

Pukkel

Zo kon de Playboy-vagina ontstaan. Deze in 2006 door documentairemaakster Sunny Bergman gelanceerde term staat symbool voor de kracht van deze visuele revolutie. In de Verenigde Staten zou de trend onder meisjes zijn om de plastisch chirurg de edele delen om te toveren in een Playboy-vagina. Playboy-lezers weten dan wel wat er bedoeld wordt, maar voor de niet-lezers: een Playboy-vagina is een geretoucheerd (ofwel gephotoshopte) geslachtsorgaan waardoor deze bij een veertienjarig meisje lijken te horen. Playboy is van mening dat veel mannen dat aantrekkelijk vinden en gezien de oplage van Playboy zal hier wel een kern van waarheid in zitten. In Sunny’s documentaire ‘Onbeperkt houdbaar’ is goed te zien hoe makkelijk zo’n Playboy-vagina te retoucheren is via een softwarepakket als Photoshop. Schrijver dezes vond dat een schokkende scène aangezien hem aan de foto’s die hij bij het lezen van goede interviews terloops was tegengekomen, nooit iets bijzonders was opgevallen. En dat voor iemand die zelf betrokken is bij mediaproducties!

Een onrealistisch schoonheidsideaal kan problematisch worden als mensen geloven dat ze niet meer meetellen als ze er niet aan voldoen. De vraag is echter of de valse belofte zelf het probleem is. In sprookjes is het meisje toch ook vaak het ‘mooiste meisje van het hele land’. Moeten we Hans Christian Andersen zó herschrijven dat het meisje eigenlijk een beetje te dik was en een pukkel had, om zo het zelfbeeld van de lezers op te vijzelen? Welnee. We kunnen er beter voor zorgen dat mensen weerbaar met media omgaan, dat ze inzien wat een sprookje is en wat de realiteit.

Het gaat er dus om mensen bewust te maken, niet alleen van de mogelijkheden die geboden worden door de media, maar ook van de beperkingen, risico’s en mogelijkheden voor manipulatie. Geen verbod, maar onderzoeken welke kennis, vaardigheden en mentaliteit mensen nodig hebben om om te gaan met media in een bewuste, kritische en actieve manier. Misschien dat de leveranciers van audiovisuele mediadiensten zoals games, videoclips en films daar een steentje aan kunnen bijdragen.

Educatie

Sunny Bergman en consorten schreven het Manifest Seks moet weer haute couture worden waarin ze reclamemakers en bladenredacties oproepen om “helderheid in de duisternis te scheppen”. Ze pleiten voor kloppende bijschriften bij foto’s die te mooi zijn om waar te zijn. “Porieloos dankzij Photoshop” of “Dit model is digitaal smaller gemaakt en haar nek is opgerekt.” Zou zo iedereen voortaan fictie van realiteit kunnen onderscheiden. Verder roepen ze het kabinet op om het vak media-educatie op basis- en middelbare scholen in te voeren: “Maak inzichtelijk hoe manipulatief media kunnen zijn en voer een open en levendig debat over seksualiteit.”

Het eerste voorstel lijkt er een beetje op alsof je op elke roman een sticker ‘fictie’ zou moeten plakken of een cabaretier vraagt om het even aan de zaal te melden als hij iets niet écht meent. Het tweede voorstel is hoopvoller, omdat het uitgaat van de kracht van mensen en niet van hun zwakte. De realiteit is bovendien dat niet veel dingen ‘echt’ of ‘onecht’ dan wel ‘waar’ of ‘onwaar’ zijn. In het grote grijze gebied ontstaat de verwarring die mensen aan het denken kan zetten, mits ze over de mentale ‘tools’ beschikken om daar mee om te gaan.

In het Regeerakkoord staat al dat er een media-educatie en expertisecentrum zou moeten komen om kinderen, jongeren, hun ouders en scholen te ondersteunen in het leren omgaan met de veelheid van media-uitingen. Best een sympathiek initiatief, dat overigens het Mediawijsheid Expertisecentrum is gaan heten, maar het gaat wel uit van de vraagzijde van ouders en scholen en zal daardoor niet ieder kind bereiken. Staatssecretaris Sharon Dijksma zei hier tijdens de Media Education Conference, begin dit jaar in het zijprogramma van het Internationaal Filmfestival Rotterdam, het volgende over: “Dit centrum zal mensen assisteren bij het leren omgaan met de enorme hoeveelheid media-uitingen. Het gaat daarbij om meer dan alleen het verstrekken van informatie. Het is de bedoeling dat mensen actief leren omgaan met media zoals het internet en films.” Ook gaf ze een concreet voorbeeld van wat voor projecten dit centrum zou moeten gaan ondersteunen: “Ik wil u een voorbeeld geven van media-educatie: vanmorgen opende ik de laatste zitting van het ‘Hollywood in de klas’ festival. Meer dan duizend kinderen hebben een film gemaakt met hun klas. Op deze manier konden ze samen de verschillende aspecten van het filmmaken ontdekken. Alsmede wat het betekent om een verhaal te vertellen met gebruik van beelden. Dankzij dit project hebben ze inzicht gekregen in hoe ze beelden in films en op televisie moeten interpreteren. En beseffen ze dat niet alles wat je ziet ook echt is.”

Met het lanceren van dit centrum is media-educatie nog geen vast onderdeel van de curricula op basisscholen en in het voortgezet onderwijs. GroenLinks kamerlid Tofik Dibi kondigde vorig jaar dan ook een initiatiefwet media-educatie aan. Het doel van deze initiatiefwet, aldus de memorie van toelichting: “De essentie van dit wetsvoorstel is een preventieve benadering die het kinderen mogelijk maakt eigen weloverwogen keuzes te maken, zonder censuur, repressie of moralisme. Media-educatie maakt geen onderscheid tussen verschillende media-uitingen, maar richt zich in alle breedte op de invloed en inhoud van media op kinderen en jongeren. Het gaat er om dat jongeren leren hoe beelden en informatie tot stand komen en dat ze leren dat kritisch te beoordelen. Door media-educatie doen leerlingen kennis en vaardigheden op van de media om op deze manier als weerbare en goed geïnformeerde gebruikers hun weg te vinden in de complexe informatiemaatschappij.”

Overigens pleitte de Raad voor Cultuur al in 1996 in een advies voor het vak media-educatie waarin het begrijp mediawijsheid, “Het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld”, centraal zou moeten staan. Het advies werd destijds positief ontvangen, maar de belangrijkste beleidsaanbeveling, de integratie van media-educatie in de kerndoelen en eindtermen van het onderwijs, werd niet overgenomen door het kabinet.

In 2005 kwam de Raad voor Cultuur wederom met een advies over media-educatie. Het rapport heette “Mediawijsheid. De ontwikkeling van nieuw burgerschap”. En zoals de titel al doet vermoeden: het advies ging niet alleen over de rol van media-educatie in het vormgeven van nieuw burgerschap, maar de Raad trok het thema veel breder: “De raad spreekt met opzet van mediawijsheid en niet langer van media-educatie, omdat media-educatie in zijn ogen zowel in de praktijk als in het overheidsbeleid te exclusief gericht is op het onderwijs, kinderen en jongeren, aanbod en bescherming. […..] Daarnaast legt mediawijsheid meer dan media-educatie de nadruk op het zelf maken of produceren van media-inhouden en voegt het ‘mentaliteit’ of houding toe als belangrijk aspect van mediawijsheid. Burgers moeten zich bewust zijn van de wijze waarop zij media gebruiken en van het effect van dat gebruik op henzelf en anderen.”.

Quick fix

Het lijkt er op dat Tofik Dibi en de ondertekenaars van het manifest “Seks moet weer haute couture worden” iets te veel van het invoeren van media-educatie verwachten. Hoewel zij in tegenstelling tot de PvdA en het CDA op zoek gaan naar oplossingen in plaats van het opleggen van heilloze verboden, is het doorspelen van de hete aardappel naar het onderwijs een bekende reflex maar ook een quick fix. Om burgers, jong en oud, weerbaar te maken tegen de Playboy-vagina, videogames als Grand Theft Auto en expliciete liedjes is alleen media-educatie nodig op basisscholen, in het voortgezet onderwijs, ROC’s, HBO’s en universiteiten. De opdracht is veel groter: er zal een mediawijze bevolking moeten ontstaan. Dat kan door het onderwerp een plek te geven op de innovatieagenda en in het mediabeleid. Wat het laatste betreft zou de publieke omroep een prominente rol kunnen spelen maar die moet dan wel eerst drastisch hervormd worden. Na jaren van ver-jip-en-janneking krijgt het weer een missie, namelijk: “bijdragen aan de bewustwording van een zekere ‘verruwing’ van de samenleving in woord en beeld”.

Alleen door mensen serieus te nemen én mediawijsheid veel breder aan te pakken, kunnen we ervoor zorgen dat het volgende liedje van rapformatie THC niet meer als ‘cool’ wordt gezien maar als een provocatie waar we niet op ingaan. ‘Je bakt er niks van.’

“Oooh je bakt er niks van,
je chick likt pik in elk deel van Amsterdam
en het zit zoooo ze is niet eens spang,
maar zo een geile pijpslet die zocht ik allang
.”

Farid Tabarki is trendwatcher en redacteur van de Helling.
Alle artikelen