Grote vermogensongelijkheid vereist modernisering erfbelasting

Julius LeBlanc Stewart, ‘The Baptism’, olieverfschilderij, 1892

De vermogensongelijkheid is groot en groeit, zeker in Nederland. De rol van erfenissen hierin blijft onderbelicht. Het is tijd voor een moderne vorm van  erfbelasting die oog heeft voor deze ongelijkheid. Hier ligt een schone taak voor de linkse politiek.

Sinds Thomas Piketty’s Kapitaal in de 21ste eeuw vier jaar geleden de wereld veroverde, staat de ongelijkheid van vermogens in de belangstelling. Nederland kent gematigde inkomensverschillen, maar de vermogensverschillen zijn zeer groot, het grootst zelfs van alle OESO-landen op de VS na. De  rijkste 10 procent van de Nederlanders bezit ruim twee derde van alle vermogen, terwijl de armste helft per saldo niets heeft. Deze ongelijkheid groeit, en zal volgens Piketty bij ongewijzigd beleid ook blijven groeien. Dit is iets om zeer ongerust over te zijn. Vermogensongelijkheid leidt tot ongelijke kansen in het onderwijs, op de woonmarkt en meer algemeen in de toegang tot politieke en economische macht.

Bij alle aandacht voor ongelijkheid blijft één element merkwaardig genoeg onderbelicht, namelijk de rol van erfenissen. Dat zou anders moeten, zo laten wij zien in ons boek Voor wie is de erfenis dat deze zomer uitkwam. Een eenvoudige rekensom leert dat ruwweg 40 procent van alle particuliere vermogens afkomstig is van erfenissen. De vraag is daarom niet óf erfenissen de vermogensverdeling beïnvloeden, maar hóe.

Wieg

Jaarlijks wordt in Nederland 14 tot 15 miljard euro nagelaten. Zo’n 200 duizend mensen krijgen een erfenis (boven de belastingdrempel) met een gemiddelde omvang van 50.000 euro. Slechts rond de 10 procent van de erfenissen is groter dan een ton, maar bij elkaar opgeteld is deze 10 procent goed voor meer dan de helft van het totale bedrag aan verkrijgingen. Om het precieze effect van erfenissen op de vermogensongelijkheid te berekenen, zijn onvoldoende cijfers beschikbaar. De gegevens zijn er wel, verstopt in de data van de Belastingdienst, maar ze worden door het CBS niet gebruikt en door de politiek niet opgevraagd. Dat is opzienbarend. Het betekent dat de Tweede Kamer bij het vaststellen van de tarieven en vrijstellingen van de erfbelasting niet weet wat de gevolgen zijn voor de vermogensverdeling. Alsof je in het donker zoekt naar de uitgang. Opmerkelijk ook in vergelijking  met de aandacht voor de inkomenseffecten van politieke beslissingen, die berekend worden tot op de 0,1 procent.

‘Een aanzienlijk deel van de vermogensongelijkheid komt niet voort uit verschillen in prestaties, maar uit de plek waar iemands wieg heeft gestaan.’

 

Uit de wél beschikbare cijfers kunnen we de beredeneerde conclusie trekken dat grote erfenissen binnen de klassen van de vermogenden blijven en op die manier de ongelijke verdeling in stand houden. Dat betekent dat een aanzienlijk deel van de vermogensongelijkheid niet voortkomt uit verschillen in prestaties, maar uit de plek waar iemands wieg heeft gestaan. Er zijn bovendien duidelijke aanwijzingen voor belastingontwijking bij erfenissen, onder andere omdat veel bedrijfsvermogens niet terug te vinden zijn in de erfbelastingstatistieken. Het effect van erfenissen op de vermogensongelijkheid zou dus wel eens groter kunnen zijn dan we nu inschatten.

Sterftaks

Daarmee zijn er goede redenen om belasting te heffen op erfenissen. Toch is erfbelasting bij het publiek weinig populair en wordt dit weggezet als een ‘sterftaks’. Ten onrechte, want niet de overledene wordt aangeslagen maar de verkrijger. De kritiek dat over de nalatenschap al eerder belasting is betaald, is ook niet terecht: voor de verkrijger is het nieuw inkomen. Net zoals inkomsten uit arbeid of winst worden belast, worden ook de inkomsten uit een erfenis belast.

Veel wrevel over de erfbelasting komt voort uit familiegevoelens. Kinderen vinden dat wat van de ouders is, ook van hen is en dat de overheid zich daar niet in mag mengen. De erfbelasting houdt rekening met familiebanden via vrijstellingen en lagere tarieven, met name voor partner en kinderen. Daar zijn echter, in tijden van een veranderende betekenis van ‘familie’, flinke vraagtekens bij te plaatsen. Want waarom krijgen niet-familieleden voor wie erflaters vergelijkbare affectieve gevoelens koesteren geen vrijstellingen of lagere tarieven? De bevoordeling van familierelaties door de overheid is op de keper beschouwd een vorm van ongelijke behandeling.

Familiebedrijf

Zeer in het oog springt de ruimhartige vrijstelling bij de overdracht van familiebedrijven. Het eerste miljoen euro is geheel vrijgesteld, en van de waarde daarboven nog eens 83 procent. De legitimering van deze vrijstelling is het behoud van familiebedrijven omdat deze een toegevoegde waarde hebben voor de Nederlandse economie. De regeling is belangrijk voor het kleinschalige familiebedrijf, met name het boerenbedrijf. Maar ze leidt ook tot ongelijke behandeling: over de erfenis van een huis van een miljoen euro moet een kleine twee ton belasting betaald worden, over een familiebedrijf van een miljoen euro geen cent. De regeling kost de schatkist jaarlijks 400 miljoen euro en waarschijnlijk meer: het is een makkelijke manier voor vermogenden om erfbelasting te ontwijken.

Gelijke kansen

De erfbelasting was in de 19de eeuw een instrument voor ‘modernisering’, het doorbreken van de rol van overerving. Macht en bezit zouden niet langer verdeeld moeten worden op basis van familiebanden, maar op basis van verdienste. Dit was niet alleen een socialistische strijd, maar ook een liberaal project voor gelijke kansen. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw doet zich echter een omslag voor en is in veel landen de erfbelasting verlaagd. Nederland vormt in dit opzicht geen uitzondering. In 2009 zijn hier de tarieven verlaagd. De SP stemde tegen, GroenLinks en de PvdA waren akkoord omdat de verlaging gepaard ging met de aanpak van belastingontduiking – waar vervolgens weinig van terecht is gekomen. De gemiddelde effectieve belastingdruk op erfenissen bedraagt slechts 11 procent, tegen 54 procent op inkomen uit arbeid. En dat op een moment dat de vermogensongelijkheid en de overerving daarvan 19de-eeuwse proporties aannemen.

‘Het doel zou moeten zijn een erfbelasting die recht doet aan het verdelingsvraagstuk, maar de emotionele kanten van het erven niet uit het oog verliest.’

 

GroenLinks pleit in haar verkiezingsprogramma voor het zwaarder belasten van grote erfenissen. Er is alle aanleiding voor GroenLinks om nu samen met andere linkse partijen in actie te komen. Het doel zou moeten zijn een erfbelasting die recht doet aan het verdelingsvraagstuk, maar de emotionele kanten van het erven niet uit het oog verliest. Dat kan op verschillende manieren. Door bijvoorbeeld de eerste 50.000 euro vrij te stellen en daarboven hogere tarieven op te leggen, blijven de meeste erfenisontvangers buiten schot – goed voor het draagvlak – en kan toch de opbrengst omhoog. Als vervolgens in die tarieven ook rekening wordt gehouden met het vermogen van de ontvanger – hoe rijker, hoe hoger het tarief – wordt daarmee een correctie geïntroduceerd op overerving van ongelijkheid. Je kunt een erfenis ook zien als een eenmalig extra inkomen en deze dus (eventueel na aftrek van de eerste 50.000 euro) optellen bij het belastbare inkomen dat onder de inkomstenbelasting valt. Dat heeft het voordeel dat mensen met een hoog inkomen meer belasting over een erfenis betalen dan mensen met een laag inkomen. En door creatieve politici zijn er vast nog wel meer alternatieven te bedenken.

Paul de Beer, Jelle van der Meer, Janneke Plantenga en Wiemer Salverda, Voor wie is de erfenis? Over vrijheid, gelijkheid en familiegevoel, Van Gennep 2018

Dit artikel staat in het herfstnummer van tijdschrift de Helling. Klik hier om je te abonneren.

Journalistiek onderzoeker.
Alle artikelen
Bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen (Henri Polak leerstoel) aan de Universiteit van Amsterdam.
Alle artikelen
Hoogleraar Economie aan de Universiteit Utrecht.
Alle artikelen
Emeritus hoogleraar Arbeidsmarkt en Ongelijkheid aan de Universiteit van Amsterdam.
Alle artikelen