7 minuten

Arme landen profiteren van migratie

De Nederlandse politiek steekt de kop in het zand. De eenzijdige aandacht voor de nationale gevolgen van migratie ontneemt het zicht op de voordelen van migratie. Ontwikkelingslanden en rijke landen kunnen profiteren van open grenzen.

De discussie over migratie is erg eenzijdig want zij richt zich vrijwel uitsluitend op de gevolgen voor de ‘ontvangende’ samenlevingen. Dit is opmerkelijk, aangezien de impact van migratie voor de landen van herkomst minstens even groot is. Het is ook jammer, omdat het veronachtzamen van de ‘andere kant’ van migratie een beter begrip van de oorzaken van migratie in de weg staat. Laten we daarom de aandacht eens verplaatsen.

Overmakingen door migranten naar het thuisland hebben de laatste jaren een enorme vlucht genomen. In 2001 werd er volgens de Wereldbank voor meer dan 72 miljard dollar door migranten in rijke landen overgemaakt naar ontwikkelingslanden. Dit is veel meer dan de totale ontwikkelingshulp aan deze landen en bijna de helft van alle buitenlandse investeringen. Omdat veel geld via informele kanalen wordt gestuurd, ligt het werkelijke bedrag nog veel hoger.

Voor veel emigratielanden zijn deze overmakingen een cruciale bron van harde valuta op de betalingsbalans. De financiële steun van migranten heeft voor achterblijvers in herkomstgebieden een drastische verbetering van hun levenstandaard betekend, zoals blijkt uit (deels eigen) onderzoek in typische emigratielanden als Mexico, Egypte, Turkije en Marokko. Overigens komt het geld meestal niet direct bij de allerarmsten terecht, omdat zij zelden in staat zijn te migreren. Emigratie is nu eenmaal eerder een gevolg van sociale en economische ontwikkeling dan van diepe misère. Iets hogere inkomens, scholing en mentale horizonsverbreding vergroten de ambities en de mogelijkheden om weg te trekken.

Migratie leidt in de herkomstgebieden meestal niet tot passieve afhankelijkheid van overmakingen, zoals weleens wordt verondersteld. Families met inkomsten uit het Westen zijn op langere termijn juist geneigd om meer te investeren in het opzetten van eigen bedrijfjes zoals landbouwbedrijven, winkels, restaurants, handels- en transportondernemingen en kleinschalige industrie.

Ook de vaak vermaledijde neiging van migranten om huizen te bouwen blijkt bij nader inzien vaak rationeel. Fatsoenlijke huisvesting komt niet alleen tegemoet aan een universele wens naar enig comfort en privacy, maar wordt bij het ontbreken van sociale zekerheid door families ook als een ‘levensverzekering’ gezien. Daarnaast zijn huizen vaak een investering om inkomen te genereren door verhuur of verkoop. Last but not least zijn achterblijvers dankzij de migratie-inkomsten vaak in staat om hun kinderen een goede opleiding te bieden.

Niet alleen de migrantenfamilies profiteren van het geld uit het buitenland. De bestedingen en investeringen van migranten creëren werkgelegenheid en ‘multiplier’-effecten waarvan ook niet-migranten voordeel hebben. Dit verklaart waarom regio’s en landen van herkomst er als geheel op vooruit gaan.

Optimisme

Dat wil niet zeggen dat migratie alleen positieve effecten heeft. Zo ontstaat vaak, maar lang niet altijd, grotere ongelijkheid als gevolg van een tweedeling tussen families met en zonder internationale migratie-inkomsten. Soms leiden bestedingen door migranten tot inflatie en prijsstijgingen, waar armen het slachtoffer van zijn. Tegenover de toegenomen ongelijkheid staat de verhoging van de algemene levensstandaard en vermindering van absolute armoede. Immers, niet-migrantenfamilies profiteren indirect mee van uitgaven door migranten.

Er zijn kanttekeningen te plaatsen bij het bezwaar dat migratie altijd leidt tot brain drain. Ten eerste zijn lang niet alle migranten hoger opgeleid en zijn ze in eigen land veelal werkloos en dus niet productief. Ten tweede is er naast een brain drain vaak sprake van een brain gain. Het vertrek van hoger opgeleiden heeft in veel Aziatische landen geleid tot een tegenstroom van investeringen, handelscontacten, kennis, informatie en een verhoogde motivatie onder achterblijvers om te studeren. Naast geld dragen migranten ook nieuwe ideeën over; ze spelen vaak een progressieve rol in het maatschappelijke debat over democratisering en emancipatie van vrouwen in de herkomstlanden.

In de internationale ontwikkelingswereld is er vanwege dit alles sinds kort sprake van een juichstemming over migratie als motor voor ontwikkeling. Overmakingen lijken een welhaast ideale vorm van ‘bottom up’ ontwikkelingshulp die direct naar de mensen stroomt die het nodig hebben, zonder dat er geld aan de strijkstok van ontwikkelingsorganisaties en corrupte ambtenaren blijft hangen.

Zulk ongebreideld optimisme is echter niet op zijn plaats. Daarvoor is het verschijnsel alleen al te beperkt van omvang. Slechts 2,5 tot 3 procent van de wereldbevolking is internationaal migrant en de 72 miljard dollar aan overmakingen vormen ‘maar’ 1,3 procent van het totale bruto nationaal product van ontwikkelingslanden. Bovendien is het micro-niveau waarop de inkomensoverdrachten van migranten plaatsvinden behalve haar kracht ook haar voornaamste zwakte. Deze ‘versnippering’ maakt het moeilijk om structurele maatschappelijke veranderingen tot stand te brengen.

Realisme

Migratie is dus geen panacee voor ontwikkeling. Essentieel is dat migratie mensen nu juist de vrijheid­­ heeft gegeven om zowel te investeren als zich volledig terug te trekken uit het land en regio van herkomst. Juist deze toegenomen vrijheid wordt door migranten beschouwd als een cruciale verworvenheid, en behelst vanuit hun perspectief ‘ontwikkeling’. Of migranten geneigd zullen zijn sociaal en materieel te investeren in het geboorteland, hangt af van de mate waarin er in mogelijkheden voor en vertrouwen in de ontwikkeling van het herkomstland zal worden geboden.

Welke meerwaarde hebben deze inzichten in de ‘andere kant’ van migratie nu voor de migratie-discussie in Nederland? Ten eerste het bewustzijn van de actieve, cruciale bijdrage die migranten leveren aan de eigen ontwikkeling en die van hun herkomstland. Beleid zou zich daarom waar mogelijk moeten richten op het vergroten van dit ontwikkelingspotentieel. Dit kan bijvoorbeeld door het goedkoper maken van geldtransfers (waarop wisselkantoren en banken woekerwinsten maken), het fiscaal aftrekbaar maken van overmakingen (onder Paars afgeschaft) en het gericht ondersteunen van migranten die willen investeren of ontwikkelingsprojecten willen opzetten.

Het perspectief van de herkomstlanden is ook nuttig om tot een meer realistische visie op de oorzaken en daarmee onvermijdelijkheid van immigratie te komen. Juist hierin faalt de Nederlandse politiek op dit moment jammerlijk. Migratie komt voort uit de mondiale ongelijkheid in ontplooiingsmogelijkheden, gecombineerd met toegenomen ambities van mensen. Ontwikkeling(shulp) en het afbreken van tariefmuren zijn zeker op korte termijn geen ‘medicijn’ tegen migratie, zoals wel eens wordt gesuggereerd. Naast de beperkte effecten van zulk beleid, gaat enige mate van ontwikkeling aanvankelijk juist gepaard met een toenemende migratiegeneigdheid. Een hogere mate van migratiecontrole is onmogelijk zonder ernstig inbreuk te doen op het open karakter van Westerse samenlevingen; bovendien stuit dit op verzet van werkgevers die migrantenarbeid nodig zullen blijven hebben. De onvermijdelijke conclusie is dat Zuid-Noord migratie zal voortduren.

Politiek correct

Voor deze immigratie-realiteit steekt de Nederlandse politiek de kop in het zand. Het is curieus dat daar waar de ‘linkse kerk’ beschuldigd wordt van het niet willen benoemen van ‘de problemen’, veel ‘rechtse’ politici zelf de ultieme struisvogelpolitiek bedrijven. Door de illusie te wekken dat migratie te stoppen is en door het criminaliseren van ‘economische’ immigratie, wordt immigratie niet gestopt, maar wel en passant xenofobie gelegitimeerd, en wordt de grondslag gelegd voor de marginalisering van nieuwe groepen de facto immigranten (illegalen, ‘importbruiden’). Politici zullen zich over twintig jaar weer mogen afvragen waarom hun integratie is ‘mislukt’.

Nog verbijsterender is dat ‘linkse’ politici geen antwoord hebben op de verblinding ter rechterzijde, verlamd als zij lijken door de angst om als ‘politiek correct’ of ‘soft’ te worden gebrandmerkt. Zij blinken uit door hun onvermogen de sterke argumenten vóór een minder krampachtige omgang met migratie te bepleiten. Toch zijn die er in overvloed. Buiten de landsgrenzen van onze polderdelta bestaat er namelijk een toenemende consensus dat Westerse landen in plaats van voortdurend achter de feiten aan te lopen een omslag zullen moeten maken naar een verlichte, liberale immigratiepolitiek. Bij de VVD-Telderslezing van 2003 verbaasde de Zweedse liberaal-denker Johan Norberg het Hollandse liberale smaldeel met een vurig pleidooi voor vrije migratie omdat deze het productieniveau en de uitwisseling van ideeën stimuleert. Immigratielanden zijn de meest dynamische en vitaalste samenlevingen.

Selecteren

Er moet een radicale omslag komen in de denken over migratie. De grenzen moeten grotendeels open voor vraaggestuurde arbeidsmigratie, zodat het positieve potentieel van migratie voor zowel de herkomstlanden als de ontvangende samenlevingen wordt gemaximaliseerd. De angst ‘overspoeld’ te worden door migranten is ongegrond. Een soepeler immigratieregime zal ‘circulaire’ en retourmigratie stimuleren – het huidige restrictieve migratiebeleid doorbreekt ‘circulaire’ migratiepatronen en leidt paradoxaal genoeg juist tot een versterkte neiging onder migranten zich permanent te vestigen: binnen is binnen.

Vrijere circulatie zal ook de mate vergroten waarin migranten een bijdrage aan ontwikkeling in herkomstlanden kunnen leveren. Het doelgericht toelaten van immigranten door bijvoorbeeld een quota-beleid vergroot de mogelijkheid immigranten te selecteren op bijvoorbeeld opleidingsachtergrond. Migranten worden zichtbaarder, mensensmokkel teruggedrongen. Dit is óók in het belang van ontvangende samenlevingen.

Wellicht vraagt een verlicht immigratiebeleid wel om enige fasering van de toegang van migranten tot sociale voorzieningen van Westerse verzorgingsstaten zoals onlangs bepleit door Jelle van der Meer (de Helling nr. 4-2004). De precieze inrichting van ‘Nederland immigratieland’ moet onderwerp zijn van een open debat, dat vooral ook op Europees niveau gevoerd moet worden. Maar het centrale uitgangspunt voor een verlicht immigratiebeleid is de acceptatie van immigratie. Het is beter te leren leven met en maximaal voordeel te trekken uit migratie dan er tegen te strijden.

Gerelateerde artikelen